Het vogelgriepvirus H5N1 wordt sinds maart 2024 aangetroffen bij melkvee in de Verenigde Staten. Nieuw onderzoek toont aan dat sommige moderne vogelgriepvirussen genetisch beter uitgerust zijn om cellen van runderen te infecteren dan eerdere virusvarianten. Dit helpt verklaren waarom rundvee nu ook getroffen wordt.
Hoogpathogene aviaire influenza (HPAI) is niet meer alleen een probleem bij vogels. Recente vondsten van H5N1 bij melkvee in de Verenigde Staten zorgen voor toenemende bezorgdheid bij de autoriteiten. Volgens het landbouwministerie van de VS is HPAI sinds maart 2024 vastgesteld op melkveebedrijven in ten minste 18 Amerikaanse staten. Tankmelkonderzoek is een routinematig detectiemiddel geworden.
Nieuwe studie
Een nieuw studie, gepubliceerd in Nature Communications, uitgevoerd door wetenschappers van het virusonderzoekscentrum van de universiteit Glasgow (MRC Centre for Virus Research), biest inzicht in waarom bepaalde H5N1-virussen nu in staat zijn om runderen te infecteren. De studie laat zien dat sommige recente H5N1-varianten beter zijn in het infecteren van cellen van runderen en melkklierweefsel dan oudere virusvarianten. Dit suggereert dat recente spill-overgevallen, van vogels naar melkkoeien, geen toevallige incidenten zijn, maar eerder het gevolg van virale genetische eigenschappen die infectie bij runderen mogelijk maken.
Ook andere vogelvirussen vormen risico
“Ons onderzoek toont aan dat verschillende vogelgriepvirussen zeer uiteenlopende vermogens hebben om rundercellen en -weefsel te infecteren,” zegt professor Massimo Palmarini, verbonden aan zowel het Erasmus Medisch Centrum als het Glasgow Centre voor virusonderzoek. “Hoewel de stam die momenteel circuleert bij melkvee in de VS duidelijk het best is aangepast, zijn er andere vogelvirussen die ook koeien zouden kunnen infecteren als ze daartoe de kans krijgen.”
Nieuwe virusvariant
Onderzoekers onderzochten een breed scala aan historische en recente H5N1-virussen in rundercelsystemen. De efficiëntie waarmee het virus zich vermeerderde in rundercellen verschilde aanzienlijk tussen stammen. Vroege H5N1-virussen vertoonden vaak beperkte replicatie, terwijl varianten van de huidige uitbraak aanzienlijk beter presteerden.
Deze variatie helpt verklaren waarom nu infecties bij runderen worden vastgesteld, na decennia van HPAI-circulatie bij vogels. Dit komt ook sterk overeen met de praktijkervaringen van dierenartsen: melkkoeien vertonen klinische symptomen zoals verminderde melkproductie en een afwijkende melksamenstelling, vaak zonder duidelijke ademhalingsproblemen.
Efficiënt in cellen van de melkklieren
De auteurs suggereren niet dat H5N1 zich aan het ontwikkelen is tot een virus dat zich permanent aanpast aan runderen. Wat de studie wel aantoont is een biologisch pad voor aanpassing aan runderen als gastheer. Als H5N1 in runderen blijft circuleren – zelfs tijdelijk – ontstaat er een risico op virusbehoud, verspreiding op bedrijfsniveau en verdere spill-over naar andere diersoorten. De vaststelling dat moderne H5N1-varianten efficiënt repliceren in cellen van de melkklieren van runderen, verklaart waarom melkveebedrijven – en niet vleesveebedrijven – het middelpunt van deze uitbraak vormen. Als melkproductieverstoringen samenvallen met lokale uitbraken van aviaire influenza, is testen op H5N1 een essentieel onderdeel van de aanpak.
Bioveiligheid in de melkstal
Hoewel commerciële pasteurisatie ervoor zorgt dat de algemene melkvoorraad veilig blijft, wijzen de hoge virale concentraties in rauwe melk op een dringende noodzaak voor verhoogde bioveiligheid in de melkstal.
Bron: Dairy Herd







