Jongvee

‘Slechte’ biest opwaarderen?

Brix-waarde lager dan 22 procent, is dat reden om biest weg te gooien? Nieuwe wetenschappelijke inzichten tonen aan dat biest van mindere kwaliteit gericht opgewaardeerd kan worden.

Niet elke koe levert na het afkalven voldoende biest van de gewenste kwaliteit. Dat probleem is op vrijwel elk melkveebedrijf bekend. Voor het pasgeboren kalf is een goede biestvoorziening echter van levensbelang: in de eerste vier levensuren moet 10 tot 12 procent van het lichaamsgewicht aan biest worden opgenomen.

De kwaliteit is eenvoudig te controleren met een refractometer. De gemeten Brix-waarde geeft inzicht in het gehalte aan immunoglobuline G (IgG). Als vuistregel geldt: biest met meer dan 25 procent Brix is van hoge kwaliteit, vanaf 22 procent Brix spreekt men van voldoende kwaliteit. Waarden daaronder wijzen op een onvoldoende concentratie aan antistoffen. Wat nu?

Met een Brix-refractometer is het IgG-gehalte in de biest eenvoudig te meten.

Biestvervanger als oplossing?

Die vraag stelden Braziliaanse wetenschappers zichzelf. Ze onderzochten of biest van mindere kwaliteit zodanig verbeterd kan worden door toevoeging van biestvervanger, dat het eenzelfde passieve immuniteit geeft als hoogwaardige biest.
Voor het onderzoek werden 50 kalveren in twee gerandomiseerde groepen verdeeld. Alle kalveren kregen biest uit een vooraf aangelegde biestbank. Deze werd ontdooid en binnen de eerste drie levensuren verstrekt in een hoeveelheid van 12 procent van het geboortegewicht.

  • De controlegroep kreeg biest met een natuurlijk IgG-gehalte van minstens 25 procent Brix.
  • De testgroep kreeg biest die slechts 20 procent Brix behaalde, maar werd opgewaardeerd tot 25 procent Brix met behulp van een biestverrijker (CR, SCCL®, Saskatoon, Canada). De controle vond plaats met een optische Brix-refractometer.
Biestvervangers en -verrijkers zijn verkrijgbaar van verschillende fabrikanten.

Het resultaat

48 uur na de biestgift werd een bloedserummonster uit de halsaders van de deelnemende kalveren genomen om de antistofvoorziening te beoordelen. Wat bleek: beide bieststrategieën waren even effectief.
Het serum-IgG lag na 48 uur op circa 50 gram per liter bloed of meer, oftewel meer dan negen procent Brix, wat op een zeer goede passieve immuniteit in beide groepen duidt.

Conclusie: Het opwaarderen van biest van onvoldoende kwaliteit (minder dan 22 procent Brix) is een zinvol alternatief als geen hoogwaardige biest beschikbaar is.

Tekst: Ruth Thiemann

Foto’s: Thiemann, Lorenz

Over de auteur: Wilbert Beerling
Wilbert Beerling groeide op een melkveebedrijf op. Sinds 2011 werkt Wilbert bij AgriMedia waar hij nu zorg draagt voor de samenstelling van de vakbladen Elite...
Meer over:
Jongvee
Deel dit bericht: WhatsApp Facebook

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de wekelijkse nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee?