Fokkerij

Meer kans op dracht bij tocht binnen vrijwillige wachtperiode

Onderzoekers wilden weten in hoeverre tocht tijdens de vrijwillige wachtperiode na afkalven samenhangt met de vruchtbaarheid van Holstein-koeien. Ze gebruikten hiervoor data van koeien die waren uitgerust met activiteitsensoren met tochtherkenning.

De vrijwillige wachtperiode is de periode waarin een verse koe de tijd krijgt om weer cyclisch te worden en tocht te laten zien. Overschrijdt een koe deze termijn, dan worden vaak extra maatregelen genomen, zoals klinisch onderzoek of het opstarten van een hormoonprogramma. Internationaal worden hoogproductieve Holstein-koeien niet zelden direct opgenomen in een hormoonprotocol met vaste inseminatiemomenten. Met de opkomst van activiteitsmeting komt in steeds meer regio’s de nadruk te liggen op insemineren bij natuurlijke tocht, ook in gebieden waar hormoongebruik lange tijd de standaard was.

Onderzoekers analyseerden in een zogenoemde meta-studie zes wetenschappelijke artikelen die zich richtten op tochtwaarneming binnen de vrijwillige wachtperiode met behulp van activiteitsensoren. In totaal werden gegevens van 8.621 afgekalfde koeien geanalyseerd, afkomstig uit onder meer Duitsland, de Verenigde Staten, Mexico en Slowakije. In deze studies werden koeien die tocht vertoonden in eerste instantie geïnsemineerd bij natuurlijke tocht. Pas als ze binnen de vrijwillige wachtperiode geen tocht lieten zien, volgde behandeling via een hormoonprogramma met tijdsgebonden inseminatie (timed artificial insemination, TAI).

Voor West-Europa is vooral relevant wat het betekent voor de vruchtbaarheidsresultaten als een koe tijdens de vrijwillige wachttijd wel of geen tocht vertoont. De resultaten laten bovendien zien dat activiteitsmeting in veel gevallen de aanleiding vormt om tot inseminatie over te gaan.

Uit de zes studies haalden de wetenschappers de volgende drie parameters:

  1. Het aandeel koeien dat voor het eerst geïnsemineerd werd na tochtwaarneming via de activiteitsensor;
  2. Het aandeel van deze koeien dat drachtig werd na deze eerste inseminatie;
  3. Het aandeel koeien dat drachtig was binnen 150 lactatiedagen.

De ruim 8.600 koeien werden ingedeeld op basis van tochtwaarneming via de sensoren tijdens de vrijwillige wachtperiode. Koeien waarbij geen tocht geregistreerd werd, vielen in de groep ‘geen tocht’. Koeien die één keer of vaker tochtig werden geregistreerd, kwamen in de groep ‘wel tocht’. In totaal werd 36,6 procent van de koeien niet tochtig waargenomen binnen de wachtperiode.

Bij koeien die wél minstens eenmaal tochtig werden geregistreerd, werden 3,36 keer zo vaak geïnsemineerd bij gesignaleerde tocht. Deze koeien waren bovendien 1,6 keer vaker drachtig na de eerste inseminatie en 1,75 keer vaker drachtig op de 150e lactatiedag.

De 3,36 keer hogere kans op inseminatie bij tocht toont aan dat de tochtwaarneming via sensoren in de vrijwillige wachtperiode een belangrijk beslismoment is binnen het vruchtbaarheidsmanagement. En dat het leidt tot inseminatie op het juiste moment.

Sensoren in plaats van hormoonprogramma’s

De onderzoekers gingen uit van de hypothese dat koeien met ten minste één automatisch waargenomen tocht tijdens de vrijwillige wachtperiode, een grotere kans hebben om voor het eerst geïnsemineerd te worden bij automatische tochtwaarneming, vaker drachtig worden na de eerste inseminatie en vaker drachtig zijn op de 150e lactatiedag. Daarmee geven ze aan dat tochtwaarneming met sensoren een goed alternatief is voor standaard tijdsgebonden inseminatie. De aanname wordt ruimschoots ondersteund door de uitkomsten van de meta-studie.

Een andere belangrijke conclusie is dat meer dan een derde van de koeien geen tocht laat zien binnen de vrijwillige wachtperiode. Juist deze groep heeft mogelijk baat bij een meer dierindividuele aanpak van de vruchtbaarheid.

Targeted reproductive management (TRM)

De studie en haar uitkomsten sluiten aan bij de voorzichtige internationale trend richting doelgericht reproductiemanagement bij hoogproductieve Holstein-koeien – in het Engels bekend als targeted reproductive management (TRM). TRM biedt een alternatief voor standaard tijdsgebonden inseminatie op basis van hormoonprotocollen, met meer ruimte voor aanpak op dierniveau.

Bron: Mörig, F. et al., 2025

Over de auteur: Wilbert Beerling
Wilbert Beerling groeide op een melkveebedrijf op. Sinds 2011 werkt Wilbert bij AgriMedia waar hij nu zorg draagt voor de samenstelling van de vakbladen Elite...
Meer over:
Fokkerij
Deel dit bericht: WhatsApp Facebook

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de wekelijkse nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee?