Het tijdstip van klauwverzorging heeft invloed op zowel de klauwgezondheid als de afvoer. Wanneer is het beste moment?
Twee tot drie keer per lactatie hoort een koe in de klauwbekapbox. Om het optimale moment te bepalen, analyseerden onderzoekers van de Zweedse Universiteit voor Landbouwwetenschappen in Uppsala en Alnarp retrospectief gegevens van meer dan 10.000 koeien uit 158 Zweedse bedrijven. Daarbij keken ze naar het verband tussen het moment van klauwverzorging in de eerste lactatie, de daaropvolgende klauwgezondheid en de afvoer in de tweede lactatie.
Alleen data van vaarzen die als pink niet waren bekapt, in de eerste lactatie precies twee keer werden bekapt en in de tweede lactatie vóór 90 dagen in melk hun eerste klauwverzorging kregen, werden meegenomen
Dit zijn de resultaten:
- Koeien met een vroege eerste bekapping (<61 dagen in melk) hadden minder klauwaandoeningen en een lager afvoerrisico in de tweede lactatie.
- Een late tweede bekapping (<60 dagen vóór afkalven) werkte nadelig en leidde tot meer klauwproblemen in de volgende lactatie.
- Laat en laat vermijden: de slechtste klauwgezondheid werd gezien bij een combinatie van een late eerste bekapping (>120 dagen in melk) en een late tweede bekapping kort voor de volgende afkalving.
- Ook het interval tussen bekappingen was van belang. Te korte of te lange tussenpozen verhoogden het risico op klauwproblemen. Een periode van ongeveer vier maanden bleek optimaal.
- Koeien met klauwaandoeningen in de eerste lactatie hadden een verhoogd risico op problemen in de volgende lactatie.
Conclusie: een strategisch gekozen moment voor klauwbekappen — vroeg in de eerste lactatie en tijdig vóór de volgende afkalving — verbetert de klauwgezondheid en verlaagt het afvoerrisico.
Tekst: Ruth Annette Thiemann
Bron: Åkerström et al., 2026







