Volledig verwilderde runderen komen weinig voor in Europa. Een bijzonder voorbeeld van verwilderde runderen is te vinden rond het verlaten dorp Lubyanka, in het beschermde gebied rond Tsjernobyl in Oekraïne. De runderen gebruiken er een leefgebied van ongeveer 12 vierkante kilometer.
De oorspronkelijke wilde rundersoort van Europa, de oeros, stierf in 1627 uit. Sindsdien kent Europa geen oorspronkelijke wilde populaties van het gewone rund meer. Wel leven op enkele plekken verwilderde nakomelingen van huisrunderen, zoals op het Schotse eiland Swona en in het Spaanse natuurgebied Doñana leven runderen onder deels verwilderde omstandigheden. Daarnaast komt de wisent voor, een andere wilde rundachtige.
Lubyanka ligt ongeveer 25 kilometer van de kerncentrale van Tsjernobyl. Het dorp werd na de kernramp in 1986 geëvacueerd. Enkele oudere bewoners keerden later toch terug en hielden er onder meer runderen. In 2016 overleed de laatste eigenaar van een kleine kudde melkkoeien. De zeven achtergebleven dieren werden losgelaten in het vrijwel verlaten dorp.
De kudde vormt sindsdien een bijzonder studieobject. De dieren stammen af van Oekraïense zwartbonte melkkoeien en leven zonder bijvoeding of gezondheidszorg. Daarmee bieden ze onderzoekers de gelegenheid om te bestuderen hoe oorspronkelijk gedomesticeerde runderen zich aanpassen aan een zelfstandig bestaan in de natuur. En dat is precies wat gedaan is.
Studiekudde
Onderzoekers volgden de kudde gedurende meerdere jaren om de populatieontwikkeling, het leefgebied, de voedselkeuze, het sociale gedrag en de zelfbescherming tegen roofdieren in kaart te brengen. Aanvankelijk bezochten ze de dieren één of twee keer per jaar. Tussen 2019 en 2022 vonden ongeveer iedere twee maanden observaties plaats.
Daarnaast werden in 2021 drie cameravallen geplaatst, waarvan één in een verlaten stalgebouw en twee op de overgang tussen bos en grasland. De voedselkeuze werd onderzocht door de dieren tijdens het grazen te observeren en de gegeten planten te identificeren.
Gevolgen Russische invasie
Het onderzoek was beschrijvend, er werden geen statistische gedragsanalyses uitgevoerd. Door de Russische invasie en de daaropvolgende veiligheidsbeperkingen konden de onderzoekers de kudde vanaf 2022 nog maar beperkt volgen. Daardoor ontbreken over de periode 2022 tot en met 2024 volledige gegevens.
De kudde groeide van 7 runderen in 2016 naar twintig in 2022. Begin 2025 was het aantal teruggelopen tot 12 dieren. De onderzoekers vermoeden dat de Russische invasie aan deze afname heeft bijgedragen, maar kunnen dat niet met directe waarnemingen onderbouwen. Sterfte door roofdieren of voedselgebrek is evenmin aangetoond, maar kan niet worden uitgesloten. Tijdens eerdere observaties verkeerden de runderen doorgaans in goede lichamelijke conditie, ook na de winter.
Hechte kudde met wisselende rangorde
De runderen vormen een hechte sociale groep die het hele jaar grotendeels bij elkaar blijft. Een ervaren volwassen koe neemt vaak het initiatief bij verplaatsingen, terwijl de dominante stier zich bij dreiging regelmatig aan de voorzijde of de rand van de kudde opstelt.
Opvallend is dat volwassen stieren zich niet langdurig afzonderen van de gemengde kudde. Volgens de onderzoekers kan dit samenhangen met de leeftijdsopbouw van de groep. Tussen 2016 en 2020 was slechts één volledig volwassen stier aanwezig. De overige mannelijke dieren waren nog niet volgroeid.
Gezamenlijke verdediging tegen roofdieren
De runderen vertonen ook opvallend gedrag bij dreiging van roofdieren. Als bijvoorbeeld een wolf in de buurt komt, slaat de koe die het gevaar als eerste opmerkt alarm met een diepe, luide roep. Andere dieren reageren daarop met alarmgeluiden en gezamenlijke bewegingen.
Bij directe dreiging trekt de kudde zich samen tot een compacte groep. De kalveren worden daarbij in het midden geplaatst, terwijl volwassen runderen zich met hun kop naar buiten opstellen. Soms vormen ze een verdedigende linie. De dominante stier vertoont daarbij dreiggedrag, waaronder het schrapen over de grond, luid roepen en soms het breken van kleine bomen. Vergelijkbaar groepsgedrag werd ook waargenomen bij confrontaties met mensen en voertuigen.
Volgens de onderzoekers kan de aanwezigheid van roofdieren mede verklaren waarom de volwassen stieren bij de kudde blijven.
Gras in zomer, houtachtig materiaal in winter
Ook de voedselkeuze laat zien hoe de runderen zich aanpassen aan de omstandigheden. In het groeiseizoen eten ze vooral op graslanden en voormalige landbouwpercelen. Hoge, stugge grassen worden doorgaans gemeden.
In de winter, als sneeuw het gras moeilijk bereikbaar maakt, schakelen de dieren over op twijgen en andere houtige plantendelen. Ze eten dan onder meer van eiken, appel- en perenbomen, lindes en verschillende struiken. Om onder de sneeuw bij gras te komen, gebruiken ze hun neus.
Oude stallen blijven in gebruik
De verwilderde maken nog altijd gebruik van de verlaten boerderijgebouwen. Volgens cameravalbeelden brengen ze de nacht regelmatig door in voormalige stallen. Bij warm weer zoeken ze er overdag schaduw en verplaatsen ze hun graasactiviteiten naar de avond en nacht. De gebouwen bieden waarschijnlijk ook beschutting tegen winterkou, wind en neerslag.
Conclusies
De onderzoekers concluderen dat oorspronkelijk gedomesticeerde runderen zich relatief snel kunnen aanpassen aan een zelfstandig bestaan in de natuur. Ze vinden zelf voedsel, planten zich voort en vertonen sociaal gedrag en verdedigingsstrategieën die overeenkomsten vertonen met die van wilde hoefdieren.
Omdat de dieren afstammen van slechts zeven runderen en er geen nieuwe dieren bijkomen, bestaat op termijn het risico van inteelt en verlies aan genetische diversiteit. De onderzoekers pleiten daarom voor het overwegen van aanvulling met andere runderen.




Bron: Zhyla et al. (2026), Rewilding European cattle: insights from the feral cattle in the Chornobyl Radiation and Ecological Biosphere Reserve, Mammal Research
Foto’s: Zhyla et al. (2026), Mammal Research, oorspronkelijke publicatie, CC BY 4.0







