Mastitisonderzoek voor de praktijk

Tijdens de ‘mastitismiddag’ van Hogeschool Hannover werden actuele onderzoeken gepresenteerd. Eén van de thema’s was het reduceren van antibioticaresten in dumpmelk met behulp van enzymen. Een ander thema was het voorkomen van het ontstaan van oedemen bij vaarzen.

De mastitismiddag werd dit jaar voor de vierde keer georganiseerd. 120 experts op het gebied van uiergezondheid waren aanwezig. Promovendi van Prof. Volker Krömker gaven overzicht in de stand van zaken in het onderzoek en bediscussieerden de resultaten met de aanwezige onderzoekers uit binnen- en buitenland en vertegenwoordigers van uiergezondhiedsdiensten.

Enkele onderzoeksonderwerpen:

Enzymen vernietigen antibiotica in dumpmelk

Dierenarts Romina Renner kan aantonen dat bepaalde enzymen (ß-lactamase) worden geproduceerd die gebruikt kunnen worden voor het ‘neutraliseren’ van melk met enzymremmende stoffen. Wordt een koe met antibiotica behandeld, dan bevat de melk vervolgens deze enzymremmers. In de praktijk gaat deze melk soms naar de kalveren, of het wordt in de kelder gedumpt. Via beide wegen komen de enzymremmers uiteindelijk in het milieu terecht. Het behandelen van deze melk met warmte (pasteurisatie) en enzymen, zou in de toekomst kunnen helpen om te voorkomen dat enzymremmers het milieu ingaan.

80 procent vaarzen wordt geïnfecteerd na afkalving

Dierenarts Julia Nitz liet resultaten zien van een uiergezondheidsonderzoek met 280 vaarzen van drie bedrijven. Wat hierbij opvalt, is dat de vaarzen in de eerste 14 lactatiedagen geïnfecteerd worden met mastitisverwekkers. De veroorzakers die het vaakst werd aangetoond waren Stafylokokken (bijvoorbeeld KNS, S. aureus). Uieroedemen vormen een aanzienlijk risico voor de uiergezondheid. Des te sneller de voedingsstoffenconcentratie voor de vaarzen wordt opgevoerd, des te duidelijker het oedeem en des te hoger het infectierisico.

Geen standaardpreventie voor Streptococcus uberis

Dierenarts Nicole Wente vatte een grootschalige samenwerkingsonderzoek naar Streptococcus uberis van de hogeschool en de uiergezondheidsdienst samen. In de studie werden 2.000 mastitsgevallen op 15 bedrijven geanalyseerd. Bij enkele gevallen kon aan de hand van een DNA-vergelijkingen dezelfde uberis-stam in de koe en in diens omgeving (uitgang melkstal en drijfroutes) worden aangetoond. In andere gevallen kon een overdracht via de tepelvoering worden aangetoond. Dat duidt op een koe-geassocieerde, besmettelijke eigenschap van de onderzochte stam. Bovendien werd duidelijk zichtbaar dat ieder bedrijf verschillende uberis-stammen heeft die niet allemaal volgens hetzelfde schema te bestrijden zijn. Derhalve is regelmatige bepaling van de veroorzakende kiemen belangrijk alsook een analyse via de melk om bij acute gevallen toegespitst op de veroorzaker te kunnen behandelen.

Tekst: Marion Weerda – Foto: Gregor Veauthier

Interessant? Deel dit via:
Facebook Twitter LinkedIn Email