Fokkerij | Magazine | Management | Premium

Mr. Right vinden

De uitspraak ‘de stier is de halve veestapel’ zegt dat de invloed van de dekstieren op het bedrijf niet onderschat moet worden. Waarop moet je letten bij de juiste dekstier voor je eigen veestapel?

Bij de hoofdfoto: Omdat tochtcontrole bij het jongvee zeker in de weidetijd bijna niet te doen is, wordt dikwijls een eigen dekstier ingezet. Foto: Hachemeier

Naar verluidt worden ze weinig gebruikt, maar toch hebben veel melkveehouders er een in de stal – de inzet van dekstieren op melkveebedrijven wordt vaak onderschat. Alleen aan de hand van verkopen op veilingen en direct vanaf de fokker is na te gaan hoeveel dekstieren er in de melkveestallen staan. Hoeveel zo’n eigen dekstier gebruikt wordt, verschilt aanzienlijk tussen de bedrijven. Is er eenmaal een eigen dekstier op het bedrijf, dan wordt hij vaak meer gebruikt dan aanvankelijk gepland. Des te belangrijker is het om de dekstier te vinden die past in je fokdoel en om regelmatig van dekstier te wisselen. Waarop moet je letten bij de keuze? Elite heeft drie specialisten geraadpleegd en gevraagd naar de belangrijkste aankoopcriteria en tips.

Veelzijdige inzet

“De groei van de melkveebedrijven heeft het gebruik van eigen dekstieren vanuit arbeidstechnisch oogpunt versterkt”, meent Dietmar Albers. Albers is marketingmanager bij de Duitse fokkerijorganisatie VOST (Verein Ostfriesischer Stammviehzüchter eG). Steeds vaker worden dekstieren gebruikt, onder meer als gevolg van de altijd maar groeiende veestapels waardoor de tijd voor tochtcontrole ontbreekt. Dekstieren kunnen verschillende klussen van de veehouder overnemen:

  • Pinken: Dekt de stier alle pinken, dan is tochtcontrole en fixatie voor insemineren niet meer nodig binnen deze groep. Dat biedt, zeker in het weideseizoen, arbeidstechnisch voordelen.
  • Niet drachtig geworden dieren: De stier wordt apart gehouden en dekt alleen in bepaalde diergroepen dieren die niet drachtig werden. De stier is dan dus een soort na-bevruchter die wordt ingezet bij probleemdieren.
  • Tocht detecteren: Apart gehuisvest in de directe omgeving van de veestapel kan een stier dienen als ‘tochtdetectiesysteem’ doordat tochtige koeien de stier zullen opzoeken.

“In principe is het gebruiken van een dekstier alleen een oplossing als kunstmatige inseminatie bedrijfstechnisch niet mogelijk is of als het niet tot goede reproductieresultaten leidt”, vindt Veronika Lammers, fokkerijadviseur bij VOST. Naast de voordelen tijdbesparing, lagere vruchtbaarheidskosten en hogere drachtpercentages zijn er namelijk ook nadelen. Onder meer een hoog risico op verwondingen en letsel, onnauwkeurige droogstandsperioden, het risico op onvruchtbaarheid en een vaak minder snelle genetische vooruitgang. Hoewel pinken de jongste en meest aantrekkelijke genetica hebben, worden juist in deze groepen veel dekstieren ingezet. Bij een dergelijk intensief gebruik van een dekstier, moet helder zijn dat de stier voor het koppelniveau van de komende drie tot vier jaar verantwoordelijk is. Om te voorkomen dat hij zijn ongewenste eigenschappen vererft, zou de eigen stier dus niet overmatig ingezet moeten worden. Net zoals wordt aanbevolen bij het gebruik van jonge ki-stieren (genomics).

Alleen gekeurde stieren

Om ervoor te zorgen dat de veestapel (respectievelijk het genetische potentieel) niet verslechtert en (bijna) geen compromis wordt gedaan in de foktechnische vooruitgang, moet de keuze van de dekstier uitermate goed doordacht worden. Daarbij geldt:

  • Heel belangrijk: Het fokdoel en de zwakke punten van de veestapel die verbeterd moeten worden definiëren. Dat kunnen productie, vitaliteit of exterieur kenmerken zoals grootte, fundament en vooral bij robotbedrijven melkbaarheid en speenplaatsing zijn. Vooral bij biologische bedrijven is de hoornstatus belangrijk. Wordt de dekstier ingezet op de pinken, dan moet hij niet te zware kalveren vererven.
  • Van groot belang is ook dat de stier gekeurd is. Alleen nakomelingen van gekeurde stieren worden opgenomen in het stamboek. Dieren zonder stamboek
    zijn moeilijk te verkopen, voor export überhaupt niet. Ook de navolgende generatie heeft dan geen stamboek. Voldoet de dekstier aan de voorwaarden voor keuring (afstamming, productie moeder et cetera), dan kan de stier op een leeftijd van een jaar gekeurd worden. Gekeurde stieren krijgen een blikken of plastic oormerk met keurnummer.
  • Werp voor aankoop ook een blik op het karakter en op hoe het dier gehuisvest was. De stier moet rustig en sociaal zijn, dat verkleint het risico op ongelukken. Qua huisvesting is het belangrijk om na te gaan wat de stier al kent. Moet hij dekken in een stal met roostervloer, dan is het een groot voordeel als hij de roostervloer al kent. Hetzelfde geldt voor de wei (let op werkveiligheid).

Maximaal een jaar inzetten

De stier moet passen bij de stand van de ontwikkeling van de te dekken veestapel. Voor melkkoeien
is een oudere stier geschikter, bij voorkeur met dekervaring. Voor heel jonge dekstieren mogen de pinken niet te groot zijn. Belangrijk zijn een gripvaste
stalvloer en een voor de stier te behappen koppelgrootte. Bij een te grote koppel is de kans op verwondingen en letsel groter bij jonge stieren. Geen
deklust en onvruchtbaarheid worden pas met bepaalde vertraging zichtbaar. Dat is fataal voor de reproductie op het bedrijf.

De dekstier zou niet langer dan een jaar gebruikt moeten worden. “Als de stier nog geen twee jaar oud is, is de slachtopbrengst hoger. Bovendien blijft het risico op slechte vererving, voor bijvoorbeeld melkbaarheid, beperkter als de gebruiksduur maar een jaar is”, tipt Veronika Lammers. Een oudere stier kan bovendien te zwaar en te gevaarlijk worden. Meer stieren tegelijk in een koppel resulteert in fouten in de afstamming en moet dus worden vermeden. Is een koppel dusdanig groot dat het voor één stier niet te behappen is, dan moet het koppel worden gesplitst en is degelijke registratie van groot belang.

Tip: Voor de koop van een stier eerst de afstammingen van je eigen dieren goed bekijken. Van welke vader stammen de meeste koeien af? Dat voorkomt inteelt. Vanwege hetzelfde risico is het altijd aanbevolen een stier te kopen en geen eigen fokmateriaal te gebruiken.

Hulpmiddelen voor de aankoop

Werp voordat je beslist een stier te kopen een blik op zowel het dier als het papier. Informeer je eerst over de afstamming. Doorslaggevend zijn vaak de productiedata en de exterieurbeoordeling aan moederskant. Naast de berekende fokwaarden aan de hand van voorouders (pedigree-index, PI), wijzen ook de directe fokwaarden van de stiervader een richting uit, bijvoorbeeld in het afkalfverloop. Genomische fokwaarden bieden verhoogde zekerheid en zijn steeds vaker beschikbaar. De ontwikkeling van de lichaamsgrootte en het gewicht moeten passen bij de leeftijd van de stier. Daar komt de (meestal echter subjectieve) beoordeling van het exterieur bij. Hier zijn onder andere het zijaanzicht met correcte bovenlijn, de bekkenlengte en –breedte alsook een correct fundament belangrijk. Als er de mogelijkheid is, bekijk dan ook de moeder of andere familieverwanten van de stier.

Veiling ter vergelijking

Op fokveeveilingen (in Duitsland worden die veel georganiseerd) kunnen kopers op één plaats meerdere stieren vergelijken en hebben ze keuze. Niet overal worden de meeste stieren via veilingen verkocht, maar dan nog gelden ze als marktbarometer en hebben ze een signaalfunctie voor zowel vraag als aanbod. Sommige stieren hebben al dekervaring als ze verkocht of geveild worden. Op stieren die via fokkerijorganisaties worden verkocht is er vaak zes weken garantie voor niet dekken en vier maanden voor niet bevruchten. Als stieren uitvallen, kunnen fokkerij- en handelsorganisaties in de regel snel voor adequate vervanging zorgen. Ook de gehele afwikkeling, dus transport, fokkerijpapieren en betaling, wordt geregeld via de fokkerijorganisatie. Niet zelden vinden koper en verkoper elkaar direct als de oude stier, waarmee men goede ervaringen heeft, vervangen moet worden. Melkveehouders gebruiken ook dikwijls stieren van vlees- en dubbeldoelrassen om te dekken. Let wel: bij het gebruik van stieren van zuivere vleesrassen op melkkoeien, bestaat een verhoogd risico op zware afkalvingen. Bij ki-stations zijn nagenoeg alleen maar dochtergeteste vleesrasstieren in gebruik. Een dekstier zonder getest afkalfverloop is vanzelfsprekend risicovoller.

Maak gebruik van de adviseur

Vaak hebben de verantwoordelijke buitendienstmedewerkers een goed overzicht van het aanbod aan dekstieren en kunnen zij helpen bij de keuze. Ze kennen de bedrijfsomstandigheden en de wensen en kunnen dus bemiddelen. Een deel van de dekstieren wordt zelfs in opdracht gekocht. “Een tweede mening is veel waard”, zegt Veronika Lammers. “Ik kan alleen maar aanraden jezelf altijd goed te laten adviseren. De keuze voor een dekstier weloverwogen maken, loont altijd.”

Tekst: Katrin Hilbk-Kortenbruck in samenwerking met Veronika Lammers , adviseur VOST (D), Dietmar Albers, salesmanager VOST (D) en Werner Hauck, directeur RZV Franken (D)

Je hebt zojuist een Premium artikel gelezen.
Het aantal premium artikelen dat je kunt lezen is beperkt. Wil je meer Premium lezen? Maak dan een gratis profiel aan.
Dit artikel komt uit vakblad Elite Lees meer uit deze uitgave
Dit Premium artikel krijg je cadeau. Onbeperkt lezen? Nu proberen

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de tweewekelijkse nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee?