De voeding kan het BHB-gehalte in het bloed beïnvloeden. Wat is dan het beste moment om een bloedmonster te nemen? Voor of na het voeren? En gedurende hoeveel dagen moet er worden getest? Tips voor betrouwbare resultaten.
Na het afkalven lopen koeien een verhoogd risico op het ontwikkelen van ketose. Dit kan worden gecontroleerd door het meten van ketonlichamen in het bloed. Hiervoor zijn sneltesten beschikbaar. Een bepaalde hoeveelheid ketonlichamen in het bloed is onschadelijk, maar boven een kritische waarde kunnen negatieve gevolgen optreden, zoals een dalende melkproductie of vruchtbaarheidsproblemen. Deze grens ligt bij 1,2 millimol per liter.
Maar bestaat er een optimaal tijdstip op de dag om een koe op ketose te testen? Prof. dr. Stephen LeBlanc van de Universiteit van Guelph in Canada gaf tijdens de jaarbijeenkomst op 9 december 2024 in Bad Hersfeld antwoord op precies die vraag.
Elke dag op hetzelfde tijdstip testen
Het BHB-gehalte in het bloed van een koe kan gedurende de dag schommelen en wordt ook beïnvloed door de voeropname.
Bij een constante beschikbaarheid van voer is dit effect echter beperkt. Prof. dr. Stephen LeBlanc zegt: “Het verschil tussen de schommelingen gedurende de dag bedraagt ongeveer 0,1 tot 0,2 millimol per liter. Dat zijn dus geen grote veranderingen.” Hij adviseert daarom een vaste routine voor de ketosetest aan te houden en deze dagelijks steeds op hetzelfde tijdstip uit te voeren, bijvoorbeeld elke ochtend direct na het voeren.
Bloed uit de staartader
Voor de bloedtest adviseert Stephen LeBlanc om bloed af te nemen uit de staartader. “Er zijn ook onderzoeken waarbij bloed uit het oor of de vulva wordt afgenomen,” legt hij uit. Dat is volgens hem eveneens mogelijk. Hij raadt echter af om bloed af te nemen uit de melkader. Enerzijds omdat de meetwaarden daar enigszins vertekend kunnen zijn, anderzijds omdat het risico op letsel bij de bloedafname groter is.
Individuele dieren of een koppelprobleem?
Om inzicht te krijgen of ketose alleen bij individuele dieren voorkomt of dat er sprake is van een koppelprobleem dat aandacht vraagt, geeft Stephen LeBlanc het volgende advies: test bij de eerstvolgende 30 vers afgekalfde koeien consequent de BHB-waarde in het bloed. Voer daarbij minimaal drie metingen uit tussen de derde en twaalfde dag in lactatie.
Wanneer in deze periode meer dan 15 procent van de koeien ketotisch is, dus bij minimaal één van de drie metingen een BHB-waarde van 1,2 millimol per liter of hoger, dan is er sprake van een koppelprobleem en is het raadzaam de onderliggende oorzaken te onderzoeken.
Om ketose te voorkomen bestaat geen specifieke preventieve maatregel, behalve het handhaven van een passende body condition score en een goed management van droogstaande koeien, bijvoorbeeld door overbezetting te voorkomen.
Tekst: Ruth Annette Thiemann







