Jongvee

Extra water in biestvervanger verbetert IgG-opname niet overtuigend

Onderzoekers bekeken bij 48 pasgeboren mannelijke Holstein-kalveren wat het effect was van het verdunnen van biestvervanger met extra water om aan te tonen dat biest met een lagere osmolaliteit sneller en beter wordt opgenomen.

De totale hoeveelheid biestpoeder en IgG bleef bij alle kalveren gelijk. Door toevoeging van water namen het drogestofgehalte, de Brixwaarde en de osmolaliteit van de biestvervanger af.

De kalveren in de controlegroep kregen 2,64 liter biestvervanger met 360 gram droge stof per liter. In de drie andere groepen werd steeds meer water toegevoegd. De sterkst verdunde biestvervanger had een volume van 3,96 liter en bevatte 240 gram droge stof per liter. De kalveren kregen geen maternale biest. Binnen één uur na de geboorte werd de biestvervanger eenmalig met een slokdarmsonde toegediend.

De onderzoekers verwachtten dat de lagere osmolaliteit ervoor zou zorgen dat de biestvervanger sneller vanuit de lebmaag naar de dunne darm ging. Daardoor zou IgG eerder en mogelijk efficiënter kunnen worden opgenomen, voordat de darm zich voor de opname van antistoffen sluit.

In de studie werd onderzocht hoeveel IgG in het bloed terechtkwam, hoe efficiënt de antistoffen werden opgenomen en hoe snel de lebmaag zich ledigde. Daarnaast keken de onderzoekers naar de doorlaatbaarheid van het maag-darmkanaal, dus hoe snel nutriënten in het bloed zijn terug te vinden, en naar de groei en het lichaamsgewicht gedurende de eerste zeven levensdagen.

Niet significante verschillen

Voor de meeste onderzochte kenmerken werden geen significante verschillen tussen de groepen gevonden. Zo verschilden de IgG-concentratie in het bloed na 24 uur, de absorptie-efficiëntie, de lebmaaglediging, de groei en het lichaamsgewicht niet significant. De twee groepen met de sterkst verdunde biestvervanger lieten bij verschillende IgG-metingen wel numeriek hogere waarden zien. Ook de absorptie-efficiëntie leek in deze groepen hoger, maar dit verschil was niet statistisch significant.

Voor de zogenoemde curve onder de IgG-curve, een maat voor de totale hoeveelheid IgG die gedurende een bepaalde periode in het bloed aanwezig was, werden wel significante verschillen gevonden. Over de eerste 24 uur was deze waarde hoger in de twee groepen die de sterkst verdunde biestvervanger kregen. Op dag zeven was deze waarde in de sterkst verdunde groep hoger dan in de controlegroep. Omdat de overige IgG-metingen geen significante verschillen lieten zien, moeten deze uitkomsten voorzichtig worden geïnterpreteerd. Aldus de wetenschappers.

Verdunde biest vervanger verlaat lebmaag niet sneller

De hypothese dat verdunde biestvervanger de lebmaag aantoonbaar sneller verlaat, werd niet bevestigd. Eén marker voor de passage door het maag-darmkanaal bereikte in de sterkst verdunde groep wel eerder zijn maximale bloedconcentratie. De andere markers verschilden echter niet. Volgens de onderzoekers kan dit wijzen op een subtiel verschil in passagesnelheid, maar niet op een duidelijke verandering van de darmdoorlaatbaarheid.

De studie werd uitgevoerd op een commercieel melkveebedrijf in het zuidwesten van Ontario, Canada. De onderzoekers waren onder meer verbonden aan de universiteit Guelph in Canada.

Bron: Lopez, A. J., Pisoni, L., McCarthy, H., Mergh Leão, J., Renaud, J. B., Renaud, D. L., & Steele, M. A. (2026). Effects of dilution of colostrum replacer on IgG absorption, abomasal emptying rate, and gastrointestinal permeability in newborn Holstein calves. Journal of Dairy Science. Advance online publication. https://doi.org/10.3168/jds.2026-28663

WhatsAppDelen met vrienden / collega's via WhatsApp
Over de auteur: Wilbert Beerling
Wilbert Beerling groeide op een melkveebedrijf op. Sinds 2011 werkt Wilbert bij AgriMedia waar hij nu zorg draagt voor de samenstelling van de vakbladen Elite...
Meer over:
Jongvee

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de wekelijkse nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee?