Gezondheid

Jongveestal startpunt voor beheersing M. bovis

Mycostop is een van de drie projecten binnen het programma UGent Calf Health van de Universiteit Gent. Het project richt zich op het verbeteren van de diagnostiek, controle en preventie van Mycoplasma bovis en is een samenwerking tussen de Universiteit Gent, Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ), Inagro en onderzoekscentrum Hooibeekhoeve.

Bij jonge kalveren veroorzaakt de celwandloze bacterie onder meer luchtweginfecties, gewrichtsontstekingen en ontstekingen van het midden- en binnenoor. De karakteristieke scheve kopstand die daarbij kan optreden, is het gevolg van een ontsteking van het midden- en binnenoor, aldus DGZ.

Bij volwassen runderen veroorzaakt M. bovis vooral chronische uierontstekingen die moeilijk of niet genezen. Daarnaast kan de bacterie volgens DGZ complicaties veroorzaken bij de wondgenezing na een keizersnede. M. bovis geldt wereldwijd als een hardnekkige ziekteverwekker en komt op veel commercieel gehouden rundveebedrijven voor.

Tijdens recente workshops binnen het Mycostop-project deelden onderzoekers en dierenartsen nieuwe inzichten over diagnostiek, bioveiligheid en de rol van kalveren in de verspreiding van M. bovis. DGZ publiceerde een samenvatting van de belangrijkste bevindingen.

Diagnostiek blijft maatwerk

Een effectieve aanpak van M. bovis begint met een correcte diagnose. Verschillende testen zijn beschikbaar, maar de betrouwbaarheid van de uitslag hangt sterk af van het type monster, de plaats van bemonstering en de gebruikte analysemethode.

Bij kalveren worden vooral diepe neusswabs en longspoelingen ingezet om actieve infecties aan te tonen. Bij volwassen runderen kunnen ook melkmonsters en vaginale swabs waardevolle informatie opleveren.

De eerste resultaten van Mycostop laten zien dat onderzoek van tankmelk op antistoffen waardevolle informatie kan opleveren over de situatie op bedrijfsniveau. Voor een definitieve beoordeling blijft aanvullend onderzoek noodzakelijk.

PCR-onderzoek en bacteriologische kweek tonen de ziekteverwekker zelf aan, terwijl serologische testen aangeven of een dier eerder in contact kwam met de bacterie. Die laatste methode kent echter beperkingen. Serologische testen tonen aan of een dier ooit met Mycoplasma bovis in contact is gekomen, maar zeggen weinig over de huidige infectiestatus. Antistoffen worden pas enige tijd na besmetting gevormd en kunnen nog lang aanwezig blijven nadat de bacterie verdwenen is. Antistoffen worden pas enige tijd na besmetting meetbaar. Daardoor is het met serologie alleen moeilijk vast te stellen welke dieren nog daadwerkelijk besmet of besmettelijk zijn. Ook is nog onduidelijk hoelang seropositieve dieren besmettelijk blijven. Daardoor blijft het opsporen van dragerdieren een uitdaging, zelfs op bedrijven waar de bacterie aantoonbaar aanwezig is.

Kalveren spil in verspreiding

Ook bioveiligheid kwam uitgebreid aan bod tijdens de workshops. Met behulp van bedrijfssimulaties werd inzichtelijk gemaakt hoe M. bovis een bedrijf kan binnenkomen en zich vervolgens tussen diergroepen verspreidt. Contactmomenten tussen dieren, groepshuisvesting en melkverstrekking aan kalveren blijken daarbij belangrijke risicofactoren.

Hoewel de belangrijkste besmettingsroutes per bedrijf verschillen, kwam één conclusie telkens terug: kalveren vormen een belangrijk reservoir voor de bacterie en spelen een centrale rol in de actieve circulatie ervan op het bedrijf. Opvallend is bovendien dat kalveren ook na een antibioticabehandeling nog M. bovis kunnen uitscheiden.

Veel longschade blijft onder de radar

Longechografie bevestigt dat longontstekingen vaak subklinisch verlopen. Tegen de tijd dat dieren zichtbare symptomen vertonen, is de longschade vaak al ernstig of chronisch.

Regelmatige echografische controles op strategische momenten kunnen daarom veel waardevolle informatie opleveren. Door kalveren te onderzoeken vóór het groeperen, kort daarna en rond het spenen, kunnen problemen vroegtijdig worden opgespoord en aangepakt.

Jongeveestal startpunt in beheersing

De workshops maken duidelijk dat een doordachte monsternamestrategie onmisbaar is voor een correcte diagnose van M. bovis. Tegelijk bevestigen de resultaten dat kalveren een sleutelrol spelen in zowel de verspreiding als de monitoring van de bacterie. Het verlagen van de infectiedruk op bedrijfsniveau begint daarom in de jongveestal.

WhatsAppDelen met vrienden / collega's via WhatsApp
Over de auteur: Wilbert Beerling
Wilbert Beerling groeide op een melkveebedrijf op. Sinds 2011 werkt Wilbert bij AgriMedia waar hij nu zorg draagt voor de samenstelling van de vakbladen Elite...
Meer over:
Gezondheid

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de wekelijkse nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee?