Melken | Reportage

Devos pioniert biologisch in Wallonië

Wallonië staat bekend om de dikbillen, een intensief melkveegebied is het zeker niet. Familie Devos streek in 1999 op een klein melkveebedrijf met schrale grond neer wat met 220 melkkoeien inmiddels viermaal zo groot is. De schrale grond maakte de drempel naar biologisch kleiner.

In 1999, op zijn 21e maakte Steven Devos de keuze voor de aankoop van een bedrijf in een melkvee-arm gebied in Wallonië. Met zijn partner Veerle Delbecque toog hij naar Wallonië. Het nieuwe bedrijf telde 50 melkkoeien en 65 hectare grond. Het ouderlijke gemengde bedrijf van Devos was qua grondpositie minder geschikt om een melkveetak uit te breiden. Devos’ partner werkte in de beginjaren buiten de deur, Devos werkte dag en nacht om alles rond te zetten. Hij zit niet graag stil. In de laatste krappe 20 jaar bracht dat het bedrijf veel ontwikkeling. De grootste stappen zijn de aankoop van een tweede locatie geweest en de nieuwbouw van een stal met twee robots. Tot slot kwam de veestapel van een stoppende buurman er onlangs bij. Inmiddels melkt Devos 220 koeien op 200 hectare.

Hij ondernam de groeistappen in een ongebruikelijke volgorde. Te snel ook, volgens Devos zelf. Het aangekochte tweede bedrijf was nog niet afgelost voor Devos de nieuwe stal bouwde. Dat betekent voor Devos huidig een dubbele aflossingsverplichting gezien hij in 15 jaar aflost. Alleen de kelder van zijn stal gaat in 20 jaar. Maar dan kwam er nog de aankoop van de veestapel van de buurman bij. De buurman molk zo’n 500.000 kg. De dieren zijn financieel niet de grootste last, maar Devos had er de ruimte niet voor. Hij nam zijn oude stal met melkstal weer in gebruik. Een geluk bij een ongeluk was dat hij die in begin jaren 2000 verbouwde en voorzag van een flinke melkstal. Devos houdt nu zijn nieuwmelkte koeien in de nieuwe stal met robots en de oudmelkte en slecht melkbare koeien in de oude stal met visgraatmelkstal. Voor de robots streeft Devos naar 1.900 kg per dag per AMS. “Maar met de productie van nu lukt dat niet”, weet hij. De grenswaarde voor een melking is ingesteld op 10 kg. Zijn koeien die in de oude stal conventioneel worden gemolken, melkt hij op zondag één keer per dag, om 10 uur. Hij heeft dan de middag vrij. De middagmelking op zaterdag schikt hij daarvoor ook iets naar voren.

Devos melkt zijn oudmelkte koeien 13 maal per week in een melkstal. Door op zaterdag wat te schikken in de melktijden, kan hij op zondag één keer melken.

De nieuwmelkte koeien melkt Devos in een ligboxenstal met twee Delaval-robots.

8.000 kg is doelstelling

Devos was nog niet uitgekeken op het oppakken van allerhande projecten. Met de nieuwbouw van zijn stal kwam er een kleine Bioelectric-biogasinstallatie die in België veelvuldig werden gebouwd. Sinds 1 januari 2018 levert Devos biologische melk. Al twee jaar voert hij biologisch, een flinke investering in het voren dus. Vandaag de dag is het verschil tussen de gangbare melkprijs in België nog altijd 17 cent per kg. Interessant is de vraag of biologisch meer zal renderen voor Devos. Hij nam maïs uit het rantsoen omdat het op zijn gronden zonder gewasbeschermingsmiddelen niet lukt maïs te telen. De gronden zijn namelijk schraal in het vleesveegebied. “De maïs verkleurt al vroeg, wordt geel of paars en het onkruid overwoekerd. Dit seizoen hadden we mais kunnen telen, maar met een koud voorjaar gaat het gewoon niet lukken.” Devos koopt jaarlijks wel 100 ton biologische snijmaïs in Frankrijk, maar dat is uiteindelijk een kg per koe per dag wat hij bijmengt in de voermengwagen. De productie is derhalve gezakt naar 7.200 kg. Hij levert 1,3 miljoen kg melk, maar dat was eens 1,7 miljoen kg. “8.000 kg moet hier lukken met biologische productie”, meent Devos. “Daar wil ik naartoe.”

In zijn voordeel bij de omschakeling naar biologisch is dat hij op de schrale gronde slechts minimaal kunstmest gebruikte. Anderzijds, de kunstmestkosten waren al laag en zullen niet veel verder dalen. De schrale gronden kosten aan pacht 350 euro per hectare per jaar. Devos haalt er doorgaans vier snedes vanaf. De derde snede van dit jaar met volgens de analyse 18 procent ruw eiwit en 38 procent drogestof, lijkt natter. “Ergens voor in de 30 procent schat Devos”. Je kunt er geen water uitknijpen, maar je houdt er wel vochtige vingertoppen aan over.

Steven Devos.

Stal met kelder niet geschikt voor vergister

Voor Devos koos om biologisch te gaan melken, stonden de nieuwe stal en de vergister er al. Bij de vergister kon een deel van de kelder van de nieuwe ligboxenstal worden gesubsidieerd. Dat maakte de investering zeker interessanter. Met zijn rantsoen met nauwelijks maïs is het moeilijk de vergister efficiënt te laten draaien. Er gaat 12 kuub mest per dag in. “Bij een rantsoen met meer zetmeel is de mest een veel betere voedingsstof voor de vergister”, aldus Devos. Hoe doet zijn vergister het dan? “We verbruiken hier 120.000 kWh op jaarbasis, een kwart ervan wordt nu door de vergister voorzien”. Dat is wel op te krikken weet Devos. “Maar dan lopen de onderhoudscontracten wel in de papieren. Bovendien is verse mest het beste. Ik ken collega’s met dezelfde vergister, maar die draaien veel beter. Ze zitten in de gebieden met intensieve melkveehouderij en veel maïs.” Ook is de mest die Devos naar de vergister voert niet vers. Hij heeft keldercompartimenten in de lengte van de stal, die zijn te groot. “Er moet een flinke laag in blijven om te kunnen zuigen”, legt hij uit. Een dichte vloer met een schuif en een afstort was dus een beter alternatief geweest. “Of keldercompartimenten in de breedte”, voegt Devos toe. “We hebben het overwogen, maar het is ons afgeraden. En het was fors duurder”, vervolgt hij.

Robot en weiden

De uitdaging in de biologische omschakeling is de koeien op gras en aangekocht krachtvoer melk laten produceren. En een deel van het gras halen de koeien natuurlijk zelf uit de wei. Na de omschakeling naar robots ging Devos de koeien telken ophalen. Nu laat hij ze zelf de klus klaren. De koeien gaan door een selectiepoort naar het robotplein waar twee robots parallel aan de voergang staan in de tolpoortjesopstellig. Vanuit de robots komen ze op de linker vreetgang van de 0-4-0 stal. Vanuit hier hebben ze vrij toegang tot de ligboxen en de rechter vreetgang van de stal. Vanaf deze vreetgang gaan de koeien naar de selectiebox die ze uitselecteert of naar het robotplein stuurt. Koeien die niet gemolken mogen worden, gaan langs de twee krachtvoerboxen weer terug. Koeien die naar buiten willen moeten vanaf de robot de hele route afleggen om naar buiten te mogen. Dus eerst melken, dan de wei in. “Iedere drie dagen een nieuw paddock, anders blijven ze binnen”, weet Devos.

Montbéliarde

Devos heeft gekruisd met Montbéliarde om een koe te fokken die van ruwvoer goed melk kan maken. Deze dieren gaat hij weer insemineren met Holstein, zodat de toekomstige veestapel 25 tot 50 procent Montbéliarde-bloed heeft. Bewust geen driewegkruisingen “Dan krijg je ook meer maatverschillen  in je veestapel.” Devos is van mening dat de Holstein-koe het prima doet in de intensieve gebieden, maar hij heeft iets robuusters nodig.

Devos kruist één keer met Montbéliarde en weer terug.

Hij insemineert tien procent met Belgisch Blauw, maar houdt graag extra jongvee aan. “Overname van koppels lijkt in het begin mooi, maar later verlies je altijd dieren. Daar heb ik de schrik van.” Ook heeft hij heuvelland wat hij niet kan maaien, hij houdt daar stieren. Door de Montebeliarde-kruising hebben die stieren ook nog meerwaarde.

Label grasmelk

Devos had de wens zijn melk onder een label in de trend van ‘grasmelk’ te produceren. “Melk van koeien die groot deels gras krijgen en geen maïs en bijproducten, als er zoiets was geweest was ik aangehaakt. Ik denk dat het belangrijk is kenmerken van een product op de kaart te zetten, maar de zuivelondernemingen hier zijn er niet in gestapt.” Devos vond labelen een mooie manier om de marge te vergroten. Devos’ melkafnemer kampt met steeds minder melk in het gebied. Ze moeten verder weg. “130 in plaats van 110 kilometer tegenwoordig”, vult Devos aan. En iedere kilometer extra brengt kosten met zich mee, gezien de Wallonen per kilometer worden belast. “De melk wordt nu verder ingedikt om elders kosten te sparen”, vult Devos aan.

De voergang van oude stal, de koeien vreten als ruwvoer vooral gras. Gemiddeld voert Devos slechts een kg mais die hij aankoopt in Frankrijk.

Foto’s: EU 2017, Cornelia Smet

Over de auteur: Wilbert Beerling
Wilbert Beerling groeide op een melkveebedrijf op. Sinds 2011 werkt Wilbert bij AgriMedia waar hij nu zorg draagt voor de samenstelling van de vakbladen Elite...
Meer over:
MelkenReportage
Deel dit bericht: Facebook Twitter LinkedIn

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de tweewekelijkse nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee?