Management | Reportage

Bedrijfsleider Slowakije: De koe altijd op de eerste plaats

Op enkele autominuten van de Slowaakse hoofdstad Bratislava ligt het melkveebedrijf van First Farms. De bedrijfsleider heeft de prestaties van melkveestapel die bestaat uit 2.500 koeien goed op de rit. Zijn lijfspreuk is ‘geen stress‘. Elite bezocht het melkveebedrijf in Slowakije waar Lars Meyer sinds vijf jaar bedrijfsleider is.

“Als ik niet precies weet wat er in de stallen gaande is, dan werkt me dat op de zenuwen”, verklaart Lars Meyer. Hij is van origine Duitser en nu bedrijfsleider van First Farms. Met 2.500 koeien en circa 100 medewerkers kan er ook heel veel misgaan. Elke nog zo kleine verandering in de stal, kan zich omzetten in een groot probleem en uiteindelijk in productieverlies. Zodoende zet de in het noorden van Duitsland opgegroeide Meyer hoog in op werkprotocollen.

Ondertussen heeft hij al bijgedragen aan de ontwikkeling van 300 SOP’s. (Standard Operating Procedure). Met regelmaat wordt gerapporteerd. Het ene rapport komt wekelijks, het andere maandelijks. Data worden verzameld en vastgelegd met DairyComp 305, managementsoftware dat ook door veel grote bedrijven in de VS wordt gebruikt. Het ontvangt en verwerkt ook de data van de overige management- en sensorsystemen in de stal. Papier wordt niet meer gebruikt bij de gegevensverwerking. De bedrijfsleider, maar ook de dierenarts, voert alle waarnemingen en uitgevoerde behandelingen direct in de stal in op een tablet. Zo zijn alle gegevens altijd direct voorhanden en kunnen geen data verloren gaan.

Geen stress, nooit en nergens niet

Geen stress, daarop gaat Meyer prat in de omgang met de koeien. “De koe staat bij mij op de eerste plaats. En op de tweede plaats staat wederom de koe alsook op de derde plaats. Toch is zo’n grote koppel alleen goed te managen als alle medewerkers hun beste beentje voor zetten.” De onderneming beloont de inzet van de medewerkers met onder meer een goed salaris. “We betalen de hoogste salarissen binnen de agrarische sector van Slowakije”, zegt Meyer. Ook stelt de onderneming betaalbare woonruimte beschikbaar. Daarvoor terug verlangt First Farms dat medewerkers zich 100 procent inzetten. “Ik verwacht van medewerkers dat ze de koeien kennen en dat ze probleemkoeien herkennen, dat moet gewoon.”

Lars Meyer stuurt in beginsel met vier kengetallen:

  • Drogestofopname
  • Melkproductie
  • Celgetallen
  • Noodslachtingen per maand

Als een noodslachting aan de orde is, bespreekt Meyer altijd met de betrokken medewerkers waar het is misgegaan. Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Smoesjes aanvaardt Meyer echter niet.

De absolute hoogte van de melkproductie staat voor Meyer op de tweede plek. Dat het de koeien goed gaat is belangrijker. Welzijn is verplicht. Meyer weet dat koeien alleen veel voer opnemen bij optimale huisvesting en leefomstandigheden. En veel voeropname is het fundament voor een hoge melkproductie. De gemiddelde productie van de verse koeien (40e lactatiedag) is nu 40 liter per dag. De eerstekalfskoeien produceren gemiddeld 30 liter, 34 liter is het doel.

Maximaal 80 procent van het voer in één keer uitdoseren

Op het melkveebedrijf worden slechts twee verschillende rantsoenen gemaakt. Eén met een lage energiedichtheid voor de droge koeien en een rantsoen met een hoge energiedichtheid voor de lacterende dieren. Maximaal 80 procent van het rantsoen wordt voor de middag uitgedoseerd, in de zomer maximaal 70 procent. De rest wordt na 14 uur uitgedoseerd. Er wordt ‘just in time’ gevoerd. Dus de koeien beschikken na het melken altijd over vers voer.

De voeropname wordt dagelijks gemeten en iedere week uitgewerkt als een grafiek. De droge koeien in de ‘far off’ groep nemen nu tussen de 13 en 15 kg drogestof op. De ‘close up’ groep neemt 12 kg drogestof op. Qua drogestofopname zit er volgens Meyer bij beide groepen nog wat rek in, zo’n 1 à 2 kg. De mengprecisie wordt regelmatig met de schudbox gecontroleerd en ook de mest wordt regelmatig uitgezeefd. Meyer: “Als alles goed is gedaan, vind je bijna niets terug in de zeef.”

Veel ruwvoer wordt ingeslurfd. Op het bedrijven worden slechts twee verschillende rantsoenen gemengd.

Verdere stijging van de productie is mogelijk zover het lukt de ruwvoerkwaliteit te verbeteren. “De verteerbaarheid van het ruwvoer is soms nog te laag”, klaagt Meyer. Ondanks de lage neerslaghoeveelheid (400 milliliter per jaar, lange zomerdroogten) wordt op het bedrijf veel luzerne geteeld. “Theoretisch zouden we de luzerne in vijf dagen binnen moeten halen”, weet Meyer. “In de praktijk hebben we echter 14 dagen nodig.” In de nabije toekomst hoopt Meyer de capaciteit te kunnen verhogen tot 80 hectare per dag. Daarbij komt nog dat de sleufsilo’s uitgebreid moeten worden om de hogere oogstcapaciteit dan ook logistiek te kunnen wegwerken. Gezien de voederwinning voor rekening van de teeltafdeling komt, zal eerst de bedrijfsleider van die afdeling overtuigd moeten worden.

Zeer goede uiergezondheid en vruchtbaarheid

Volgens het kengetallenoverzicht doen de melkkoeien het zeer goed qua vruchtbaarheid en uiergezonheid. Het tankmelkcelgetal pendelt tussen 90.000 en 150.000 cellen per milliliter, op dit moment is het 130.000. Het aantal koeien met mastitis ligt volgens Meyer nooit hoger dan twee procent. In de mastitisgroep zitten normaliter zo’n 60 koeien. De koeien worden overigens altijd met antibiotica droog gezet in combinatie met een speenafsluiter.

De ‘close-up’ koeien liggen op stro.

Ook de reproductieresultaten mogen gezien worden. De pregnancy-rate ligt nu op 25 procent en komt in de zomer niet onder de 18 procent. De tussenkalftijd ligt volgens Meyer op 370 dagen. Een interessant stukje van de bedrijfsvoering is, dat zo gauw de staltemperatuur om zes uur in de ochtend boven de 20 graden is, alleen nog met vleesrassen wordt geïnsemineerd.

De goede gezondheidskengetallen (ook de klauwgezondheid is prima) komen onder meer voort uit Meyer’s neiging altijd direct te behandelen. “Ik heb er een hekel aan om problemen achterna te blijven lopen.” Zodoende is preventie met hoofdletters geschreven binnen Meyer’s bedrijfsvoering. Zo worden de koeien wekelijks op kreupelheid gescoord en kreupele koeien worden direct behandeld. Alle koeien die worden behandeld (klauwblokje of klauwverband) worden na drie weken nog eens gecontroleerd. Sowieso worden probleemkoeien snel gezien. Dit is de taak van de drie aangestelde dierenartsen. Om 7 uur in de ochtend selecteren ze de opvallende dieren die vervolgens direct de behandeling ondergaan die nodig is, meestal zo’n 100 tot 130 koeien. Eén van de drie dierenartsen is ook vliegende kracht binnen het koppelmanagement.

Aan de goede diergezondheid (vervangingpercentage 32, levensproductie afgevoerde koeien 32.000 kg) draagt Meyer’s credo ‘geen stress in de stal’ ongetwijfeld bij. Ook de klimaatbeheersing in de 260 meter lange stal en dat overbezetting niet voor komt, zorgen voor minder stress. Naast de heersende rust in de stal, valt ook de luchtkwaliteit op. Ondanks 880 ligplaatsen ruik je geen ammoniak. Volgens Meyer komt het door de dakhelling van 33 procent en de 1,1 meter brede nok. Zo is er continu veel luchtverversing. De mestschuiven lopen 24 uur per dag. Dat resulteert naast in minder emissies, ook in drogere klauwen. Vier rijen speciale lampen zorgen voor een gelijkmatige belichting van de stal tussen zes uur in de ochtend en tien uur in de avond. De stalgordijnen in de zijwanden en de ventilatoren en watervernevelaars worden ook gebruikt om hittestress te verminderen. Tot aan staltemperaturen van 32 graden kan Meyer productiedaling door hittestress voorkomen.

De functie van de gordijnen is vooral de koeien te beschermen tegen direct zonlicht op warme dagen.

Melken: tweemaal GEA Magnum-carrousel

De koeien worden tweemaal daags gemolken in twee carrousels die naast elkaar staan. In de wachtruimte kunnen de koeien worden gekoeld met slangbeluchting. De beluchting brengt 300.000 kuub lucht tussen de koeien. Het systeem heeft zich bewezen. “Op de warme zomerdagen staan de koeien niet te ‘pompen’ in de melkstallen en 70 procent herkauwt ontspannen”, weet Meyer.

De komende vijf jaar blijft het melkcentrum in ieder geval nog zoals het nu is. Maar een update voor de afname en de reiniging wordt nog wel doorgevoerd. Ook de melkveestal behoeft nog optimalisering. De ligboxen met matten omgebouwd tot diepstrooiselboxen, want dat zorgt volgens Meyer voor meer melk gezien diepstrooisel zorgt voor minder stress.

Sommige koeien liggen nog op matten, hier is een balk voor in de box gemaakt om de koeien recht te laten liggen waardoor koeien minder mesten in de box.

First Farms is een agrarisch bedrijf met meerdere takken en vestigingen in het oosten van Europa. Het werd opgericht door Deense agrariërs en investeerders, maar kent inmiddels een structuur met meer aandeelhouders. Meer informatie over de onderneming in Slowakije vind je hier: www.firstfarms.dk/en/about-firstfarms/objectives/business-concept/

Tekst en foto’s: Gregor Veauthier

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de tweewekelijkse nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee?