Magazine | Melken | Premium

Het inmelken voorbereiden

De melkrobots zijn besteld, de datum waarop ze in gebruik genomen worden is bekend. Wie al meerdere maanden in het voren begint met plannen, kan het stressniveau op ‘D-day’ aanzienlijk reduceren.

Een robot bouw je niet van de ene op de andere dag in, net zomin als dat je koeien na een nacht eenvoudigweg omzet van de melkstal naar de robot. Het inmelken kost tijd. Goede voorbereidingen beginnen al drie maanden voor de omschakeling. Een week voor de grote dag begint vervolgens de intensieve omschakelfase.

Drie maanden in het voren Om te beginnen moet je beslissen welke koeien je meeneemt naar het automatische melksysteem, of beter gezegd welke koeien je niet meeneemt. Medewerkers van de robotleverancier of –fabrikant kunnen helpen bij het krijgen van overzicht in welke koeien op basis van uiervorm en mastitisgevaar niet geschikt zijn voor het AMS. Bij de eerste melking scant de robot de uier, daardoor duurt de eerste melking altijd langer dan het melken in de melkstal. Zodoende kan het zinvol zijn, van tevoren het koppel kleiner te maken:

  • Gaandeweg de vrijwillige wachttijd verhogen om zo op het moment van inmelken minder melkgevende koeien te hebben.
  • Laagproductieve koeien eerder droogzetten.
  • De groep splitsen en enkele koeien nog in de melkstal blijven melken. Melk je meerdere robots tegelijk in, dan is het handig meerdere ervaren medewerkers in te schakelen.
  • Zijn er collega-melkveehouders in de omgeving die met robots melken, vraag hen dan om hulp. Medewerkers die ervaring hebben met automatisch melken zijn van grote waarde. Vallen deze twee mogelijkheden weg, laat je medewerkers dan op z’n minst een dag meelopen op een bestaand AMS-bedrijf om in elk geval de ‘angst’ voor automatisch melken te verminderen.
  • Ga je robotmelken in een reeds bestaande stal, leg medewerkers vooral dan zeer exact uit wat er gaat gebeuren en hoe de robots functioneren. Zorg dat ze een aanspreekpunt hebben en betrek ze bij de planning. Des te positiever ze staan ten opzichte van de robots, des te minder je ze naderhand nog hoeft te motiveren als het inmelken om overuren vraagt.
  • Ook familieleden of studenten van een hogeschool of universiteit kunnen goede hulpen zijn bij het inmelken, voordeel is dat zij vaak ook makkelijk te motiveren zijn.
  • Als koeien goed ter been zijn, gaat het drijven makkelijker. Daarom is het aanbevelenswaardig zo’n drie tot vier weken voor de overstap een koppelklauwverzorging uit te laten voeren. Kreupele koeien kun je nog in de melkstal blijven melken om zo de stress voor deze dieren te verminderen.

Een week voor het inmelken

  • Halsbanden klaarmaken: Bij veel robots moeten transponders aan de halsbanden worden bevestigd en moeten de koeien een nieuw stalnummer krijgen. Afhankelijk van de koppelgrootte kan dit veel tijd vergen. Voor honderd koeien moet je ongeveer een middag inplannen.
  • Krachtvoergift verlagen: Zijn de koeien gewend aan krachtvoer via de krachtvoerbox, dan is omschakelen naar krachtvoer in de robots over het algemeen geen probleem. Zijn ze dat niet gewend, reduceer dan vanaf vier dagen voor het inmelken de krachtvoergift. Dan nemen de koeien het in de robot graag op.
  • Uierhaar verwijderen: Brand de haren van de uiers met koude vlammen weg en knip of scheer de pluimen van de staarten, anders kan de robot de uier niet goed scannen en worden de staartharen bij de speenreiniging gegrepen en afgetrokken.
  • Robot openen: Voor de koeien doet de robot denken aan de klauwverzorgingsbox en dat maakt koeien angstig. Veel robots hebben een inmelkprogramma waarin de dieren leren de robot te betreden en krachtvoer op te nemen.
  • Ophaalroutes plannen: De gangen naar de robots mogen niet te breed zijn om te voorkomen dat de koeien zich kunnen omdraaien en vervolgens de drijver kunnen passeren. Niet alle koeien zijn even groot. De vaarzen zijn klein en kunnen in kleine openingen draaien, dus doorgangen klein maken. Als je in het voren efficiënt plant, verloopt het inmelken met minder stress. Probeer te denken vanuit de koe: Waar zou je naartoe gaan als je de robot niet in wilt? Deze vluchtroutes moeten versperd zijn. Maak dit de dag voor het inmelken in orde.

D-day

Om de koeien ondanks de omschakeling zo veel mogelijk de normale routine te laten ervaren, begin je met inmelken op de normale melktijd. Drijf de rustige dieren als eerste in de robot. Als de stal het toelaat, bouw je voor deze dag een kleine wachtruimte achter de robot. Koeien zijn kuddedieren. Ziet een koe een andere koe verdergaan, de robot uit, dan zal ze er zelf vervolgens makkelijker ingaan. Probeer de wachtruimte ook zo te creëren dat er altijd een koe direct achter de robot staat. Dan volgt deze koe de voorgaande koe vrijwel automatisch.

Maak deze wachtruimte niet te vol, vijf koeien is voldoende. Anders kan het voorkomen dat de dieren onrustig worden, onnodig in de stress raken en de uiergezondheid eronder lijdt. Bij veel robotopstellingen naderen de koeien van voren. Dat moet in het begin worden vermeden om te voorkomen dat ‘geslepen’ koeien proberen krachtvoer te stelen bij de koe in de box. Dat zou het melkproces van ranglage dieren storen.

Hulp bij inmelken nauwkeurig indelen

De werkverdeling tijdens de inmelkperiode is zeer belangrijk:

  1. Service persoon: bedient één of twee robots, legt de techniek uit en staat terzijde bij problemen.
  2. Helper bij de robot: bedient de robot bij de eerste of eerste twee robotbezoeken. De servicemedewerker legt de robothulp uit, hoe manueel moet worden aangesloten en welke trucs en tips bruikbaar zijn bij de bediening. Bovendien moet deze helper inschatten wanneer een koe te veel angst heeft om de robot in te gaan. Koeien die in de krachtvoerbak springen kunnen het AMS beter weer verlaten om het risico op letstel te verkleinen. Koeien die enkel op de robotarm gaan staan, moeten opnieuw worden aangesloten.
  3. Dierverzorger: als het koppel gewend is aan contact met mensen, kan deze medewerker de koe in de robot met zachte, lage stem geruststellen. Bij indrijven van de koe in de robot niet voor de robot gaan staan, want dan zal de koe weigeren de robot in te lopen. Een medewerker markeert iedere gemolken koe met veestiften. Gemolken koeien krijgen een bepaalde kleur en koeien waarbij de melking mislukte een andere kleur. Zo kun je alle koeien in de stal makkelijk terugvinden.
  4. Ophalers/drijvers: afhankelijk van het aantal naar de robot te brengen koeien en de stalgrootte, zijn één of twee drijvers nodig die de koeien naar de voorwachtruimte brengen. Verstand van koeien is hier van belang, want wie met harde stem en zwaaiende armen door de stal rent, draagt er niet aan bij dat angstige dieren zich zeker gaan voelen. Meestal is enkel een stap opzij zetten al voldoende, waarop de koe vervolgens afwendt. Ook hier geldt: denk als een koe.
  5. Telefoons weg: wie zich door zijn of haar telefoon laat afleiden, kan geen koeien drijven, geruststellen of een ander apparaat bedienen.

Pauze na anderhalve dag

Drijf alle koeien tweemaal door het AMS. Dat kan tot anderhalve dag duren (tot 35 uur aan één stuk).  Las daarna een pauze in van 3 tot 10 uur en open alle versperringen, zodat de koeien zelfstandig naar de robot kunnen. De duur van de pauze hangt ervan af hoe goed de koeien met de robots uit de voeten kunnen en verschilt van koppel tot koppel. Een pauze van meerdere uren is aanbevelenswaardig om de koeien de tijd te geven zelf naar de robot te gaan. Na de pauze werp je simpelweg een blik op de lijst met ophaalkoeien. Selecteer alle koeien die langer dan 12 uur niet gemolken zijn. Deze koeien drijf je op basis van prioriteit naar de robot.

Drie tot vier dagen na het begin van het inmelken kun je de koeien ’s nachts alleen laten. Koeien wennen meestal snel aan het systeem. Geef de koeien de ruimte, dan zullen meer koeien de robot gaan testen. Je kunt dan uit de voeten met minder hulp in de stal. De robot hoeft de uiers immers niet meer uit te lezen. Eén persoon per robot is voldoende. Na een week gebruikt circa tweederde van de koeien de robot zelfstandig. Extra hulp is dan niet meer nodig.

Spijs en drank van tevoren regelen

Bij het inmelken is in de regel een strak tijdsplan nodig. Tijd om eten te gaan halen of te bereiden is er meestal niet. Zorg dus van tevoren voor de verzorging van het inmelkteam. Stel er bijvoorbeeld een extra hulp voor aan. De robots hebben driemaal daags tijd nodig voor een grote reinigingsbeurt. Dat is een mooi moment voor de maaltijd en om informatie uit te wisselen met de hulpen bij de andere robots op het bedrijf.

Bedrijfsspecifieke oplossingen

Op kleinere bedrijven is het mogelijk zonder vreemde arbeid in te melken, omdat bedrijfsleiders, medewerkers en familieleden iedere koe goed kennen. Dan nog is een extra hulp in ieder geval niet hinderlijk. Met een extra hulp kunnen immers inmelkdiensten worden afgewisseld. Wie 12 uur lang met koeien werkt die de melkrobot niet in willen, kan makkelijk de scherpte verliezen. Robots werken altijd met dezelfde routine. Schade wordt aangericht als koeien een slechte ervaring overhouden aan de eerste robotmelking door vermoeide en geprikkelde medewerkers.

Hoe makkelijk het inmelken verloopt, is ook afhankelijk van de voorheen gebruikte melktechniek. Bedrijven met een open tandem hebben waarschijnlijk minder problemen met het inmelken dan bedrijven met een visgraatmelkstal. De sleutels tot succes zijn in ieder geval rust en motivatie, want stressvrij inmelken met de robot vergemakkelijkt de start van het automatisch melken.

In ’t kort

  • Bekommer je al zo’n drie maanden voor het omschakelen op robots om de juiste hulp. Bezoek andere bedrijven met robots en ga in gesprek met de medewerkers. Een week van tevoren halsbanden klaarmaken, staarten scheren en uierharen wegbranden, ophaalroutes plannen en de robots openen.
  • Geef iedere hulp een concrete opdracht.
  • Alle koeien twee keer door de robot drijven en dan een pauze inlassen. Begin vervolgens met de koeien die al 12 uur of langer niet gemolken zijn. Neem voor het inmelken ongeveer een week de tijd.

Tekst: Neele Kurz

Van grup naar AMS

Ook koeien die op de grup staan kunnen overstappen op een ligboxenstal met AMS. Zo is gebleken uit een bachelorstudie van de universiteit Gießen. Lars Heiner heeft een bedrijf met een grupstal met 36 koeien begeleid bij de omschakeling naar robots:

  1. Sociaal gedrag: In de eerste twee tot drie dagen vonden veel rangordegevechten plaats. Na drie tot vier dagen lagen bijna alle koeien in de boxen. Tip: voor betere gewenning de schoftboom zeer diep in de box afstellen.
  2. Automatisch melken: Binnen de eerste negen dagen na de inbedrijfstelling steeg het aantal vrijwillige robotbezoeken tot 73 procent. Daarna daalde dit percentage echter weer doordat de krachtvoergift productiegerelateerd afgebouwd werd. Na 16 weken bezocht 95 procent van de koeien de robot vrijwillig.
  3. Melkproductie: De energiegecorrigeerde hoeveelheid melk (ECM) daalde gedurende de eerste vier melkcontroles na de omschakeling met 1,7 kg per koe per dag. De eerstekalfskoeien stegen echter met 1,4 kg. De oudere koeien produceerden 4,9 ECM minder, vooral door een aanzienlijk lager vetgehalte dat daalde met een half procent. Dat is ook te verklaren door de rantsoenverandering naar PMR met krachtvoer in de robots in plaats van TMR. De eiwitproductie bleef wel gelijk.
  4. Uiergezondheid: Het celgetal verbeterde en daalde met 26.000 tot 180.000 cellen per milliliter. Net als bij koeien uit een ligboxenstal, bepaalt ook bij koeien uit de grupstal het management of de omschakeling voor de koeien goed en stressvrij verloopt.
    Tekst: Prof. Steffen Hoy, Universiteit Gießen
Je hebt zojuist een Premium artikel gelezen.
Het aantal premium artikelen dat je kunt lezen is beperkt. Wil je meer Premium lezen? Maak dan een gratis profiel aan.
Dit artikel komt uit vakblad Elite Lees meer uit deze uitgave
Dit Premium artikel krijg je cadeau. Onbeperkt lezen? Nu proberen
Meer over:
Melken
Deel dit bericht: Facebook Twitter LinkedIn

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de tweewekelijkse nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee?