Graslandverzorging: voorzichtig in het voorjaar, agressief in het najaar

De eisen die de graszoden stellen aan de mechanische onderhoudswerkzaamheden veranderen in de loop van het seizoen, als de vegetatie ook verandert. De aanbevolen frequentie van graslandonderhoudsbewerkingen is beperkt tot twee, mits de grasmat doorlopend goed is onderhouden. In het vroege voorjaar is een voorzichtig opstartbewerking afdoende. Het juiste moment is afhankelijk van de draagkracht (berijdbaarheid) van de bodem en de fenologie van het grasbestand. Meestal is eind februari/begin maart het juiste tijdstip. Het juiste tijdstip voor de agressieve onderhoudsbeurt in het najaar is meestal eind augustus of september.

Het doel van de voorzichtige graslandonderhoudsbeurt in het voorjaar is naast het uitvlakken van molshopen het licht aandrukken van het gras dat net sprietjes begint te vormen. Juist op dit moment is de grashalm gevoelig. Zeker als het gaat om jonge plantjes die groeien uit het zaad dat met het doorzaaien in het najaar is gezaaid. In dit artikel lees je vijf tips voor de voorjaarsbewerking.

  1. In het voorjaar is voorzichtig aandrukken van de plantdelen voldoende om de uitstoeling en de vorming van uitlopers te bewerkstelligen. De klassieke weidesleep met stervormig net kan dat prima. Een wiedeg met massieve tanden die agressief is ingesteld, is in het voorjaar teveel van het goede. Volledig doorzaaien van percelen in het voorjaar met een slakkenkorrelstrooier (gelijktijdig met slepen) is volgens Martin Hoppe ineffectief. Het heeft meestal weinig resultaat en is daardoor een dure aangelegenheid. Hoppe is graslandspecialist in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. Het stervormige net heeft onvoldoende ‘krabbende‘ werking in de bodem om een zaaibed voor het zaaizaad te creëren. Doorzaaien is weinig zinvol als het zaad niet in de bodem komt te liggen. Sowieso moet je in het voorjaar de bodem niet openen door er in te snijden of te krabben (zie tip vier en vijf). Slakkenkorrelstrooiers verspreiden zaad over het algemeen willekeurig. Ze kunnen worden gebruikt om kale plekken in verder goede grasmatten door te zaaien, maar zijn sowieso minder geschikt voor het volledig doorzaaien van percelen.
  2. Wie geen weidesleep heeft en uitsluitend met de wiedeg werkt, moet in het voorjaar de tanden zo schuin mogelijk instellen zodat de zoden voorzichtig behandeld worden. Hoppe raadt sterkte tanden voor grasland sowieso af. Een dikte van acht millimeter is aanbevolen. Deze tanden zijn multifunctioneel en geschikt voor zowel de voorzichtige bewerking in het voorjaar en de agressieve bewerking in het najaar. Het frontvlakblad of crossboard voor het vlakken van molshopen en andere oneffenheden moet afdoende verend zijn en mag niet te diep worden ingesteld. Het blad moet passief egaliseren en geen vaste bodem meenemen.
  3. Laat de zware landrol in de schuur. De tijd van de zware wals als graslandonderhoudsmachine is geschiedenis. Alleen voor het corrigeren van opgevroren bodems in plasdrasgebieden is deze machine nog van nut. Verder kan een landrol worden gebruikt voor het uitvlakken van ernstige vertrappingsschade. Op bodems die rijk zijn aan mineralen maakt de randrol meer kapot dan goed. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat de bodem door verdichting langzamer opwarmt na het aandrukken met een zware landrol. Dat leidt tot groeivertraging van meer dan een week. Ook het gebruik van combinatiemachines met een prisma- of Cambridge-wals is in het voorjaar over het algemeen niet nodig. De walsen hebben geen duidelijk verzorgingseffect. Dergelijke walsen zijn alleen noodzakelijk om opgevroren bodems te corrigeren of om stenen in de grond te drukken voor een aangetast perceel wordt doorgezaaid (zie tip 4).
  4. Doorzaaien in voorjaar is alleen zinvol bij ‘natuurlijke’ gaten. Doorzaaien bij de voorjaarsbewerking is enkel effectief als er daadwerkelijk open, niet ‘uitgekamde’ gaten in de grasmat zitten. Als wordt doorgezaaid in een bestaande grasmat, zou de concurrentie voor de kiemende grasplantjes te groot zijn. Hoppe raadt het ‘uitkammen’ van graszoden in het voorjaar af (zie tip 5). Zodoende is doorzaaien in het voorjaar alleen een goede optie als er sprake is van gaten in het gras die ontstaan door de winterperiode, door wild of die al zijn ontstaan in het seizoen ervoor. Voor graslandvernieuwing zonder volledige vernietiging van de zoden, dus bijna volledige herinzaai, hebben massief uitgevoerde wiedegcombinaties (bijvoorbeeld Güttler) duidelijke voordelen. Dergelijke machines zijn gemaakt voor zowel gebruik in de ruwvoerteelt als voor graslandonderhoud.
  5. Vlekken Ruwbeemdgras niet uitkammen in het voorjaar. Bij graslandwiedeggen wordt altijd gesproken over de haalbare agressiviteit, ofwel het mechanisch bestrijden van ongewenste grassen en planten in de zoden. In principe gaat het dan om Ruwbeemdgras en wit struisgras. Volgens Hoppe is het überhaupt niet zinvol deze grassen in het voorjaar te bestrijden: “Bij de eerste snede levert ruwbeemdgras op het juiste maaimoment naast massa ook goede voederwaarden. Zou je ze in het vroege voorjaar ‘uitkammen’, dan mis je die opbrengst bij de eerste snede.” Het idee om de gaten die in het voorjaar door het uitkammen ontstaan ‘even’ door te zaaien, leidt tot niets. De jonge grasplanten die eruit voortkomen leveren bij de eerste snede nog überhaupt geen massa. De juiste tijd voor de bestrijding van ruwbeemdgras is de nazomer.

Als grasland met een wiedeg wordt bewerkt in het voorjaar moeten zowel de tanden als de vlakkers niet agressief worden ingesteld.

Tekst: Katrin Berkemeier

Interessant? Deel dit via:
Facebook Twitter LinkedIn Email