Magazine | Premium | Veevoer

Krap in ’t voer? Gisten helpen

Het voeren van gisten kan helpen in periodes wanneer er zuinig met snijmais moet worden omgesprongen, of als het rantsoen met veel stro wordt aangevuld.

Snijmais uit de oogst van 2018 had over het algemeen lagere zetmeel- en energiegehaltes dan de jaren ervoor. Ook had de mais een lagere ELOSwaarde, wat staat voor de enzymoplosbare substantie en een indicator is voor de verteerbaarheid van kuilvoer. Hoe lager de ELOS-waarde, hoe slechter de verteerbaarheid van de mais.

wijmelkendoor

Ruimte in de verteerbaarheid

De verteerbaarheid van snijmais wordt in eerste instantie bepaald door de mate waarin de celwanden zijn ‘opengereten’ bij de oogst. De celinhoud met overwegend oplosbare koolhydraten (zetmeel, suiker) en ruw eiwit is zeer goed verteerbaar. Bij de celwand is dat anders, zeker bij de mais uit 2018. Als vuistregel geldt dat elke 2 procent extra verteerbaarheid gelijk staat aan 16 VEM per kilo drogestof. In de pens leven miljarden bacteriën, protozoën en schimmels (100 miljard micro-organismen per milliliter penssap). Deze micro-organismen breken onder meer vezels af. Ontstaat op basis van een ruwvoertekort een overschot aan zetmeel en suiker, dan vermeerderen de organismen die lactaat en melkzuur vormen zich. Daardoor worden meer vluchtige vetzuren gevormd, de pH-waarde daalt. Bij een pH lager dan 5,8 worden microben die vezels afbreken geremd in hun ontwikkeling. Dan is een optimale vertering van vezels niet langer gegarandeerd. Door de onbalans in de pens zal de melkproductie zal dalen.

Tip: het verlies aan voerefficiëntie is terug te zien als je mest uitspoelt. In zo’n geval vind je in de mest veel voerresten, zoals lange vezels. Ook vervuiling met mestkorstjes in de staart en bij de zitbeenknobbels wijst op onvoldoende pensefficiëntie.

Pensbewoners ondersteunen

Is de mais eenmaal ingekuild, dan is de verteerbaarheid ervan alleen nog te beïnvloeden door na uitkuilen additieven toe te voegen, zoals levende gisten. Een meta-analyse (14 onderzoeken met 1.613 melkkoeien, zie Ondarza en Sniffen, 2010), laat een verbetering zien van de rantsoenbenutting van gemiddeld 3 procent, oftewel 40 gram meer melk per kilo drogestofopname bij toevoeging van 0,5 gram Saccharomyces cerevisiae I-1077 (Levucell SC, Lallemand Animal Nutrition). Deze resultaten werden behaald met structuurrijke rantsoenen met een NDF-gehalte van minimaal 30 procent. Een significant effect op de drogestofopname was er niet. De auteurs zien dus vooral de betere benutting van de energie door de hogere pensefficiëntie als oorzaak van de verbetering

Gisten laten bacteriën groeien

De levende gisten beïnvloeden de samenstelling van de microbiota in de pens indien ze met ongewenste bacteriën en schimmels concurreren om in de pens te overleven. De levende gisten zorgen door het verbruik van resterende zuurstof voor optimale groeiomstandigheden voor de gewenste pensbewoners en bevorderen zo de bezetting van de ‘pensoceaan’ door de gewenste microben. Gelijktijdig wordt de vorming van vezelafbrekende enzymen gestimuleerd. Dit werd recent aangetoond in een Frans onderzoek (ChaucheyrasDurand et al., 2016). Het voeren van levende gisten resulteerde in 26 procent meer pensschimmels, en het aantal cellulolytische, respectievelijk vezelafbrekende bacteriën steeg met 15 procent. Lignine wordt bij een hoge pensbezetting met vezelafbouwende schimmels beter ‘aangegrepen’. Vervolgens worden cellulose en hemicellulose beter toegankelijk voor de microben, de koe kan dan meer voedingsstoffen benutten.

Tip: als je wilt slagen met het gebruik van gisten in het rantsoen om de energie beter te benutten, kies dan altijd voor een levende giststam die zich heeft bewezen in een onderzoek en zorg dat de hakselkwaliteit en conservering optimaal zijn.

Gregor Veauthier

Je hebt zojuist een Premium bericht gelezen.
Het aantal premium artikelen dat je kunt lezen is beperkt. Wil je meer Premium lezen? Maak dan een gratis profiel aan.

Blijf op de hoogte

Nieuwsbrief Meld u aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee.