Gezondheid | Magazine | Premium

Aan de uier geen Mortellaro

Lokale smetplekken tussen de voorkwartieren en buikhuid komen bij veel veestapels veelvuldig voor. De oorzaak is nog altijd onbekend. In een vroeg stadium is de leasie het best behandelbaar.

De oppervlakkige ontsteking bevindt zich bij de koe vaak op de overgang tussen uier en buik. De getroffen huid is vochtig en stinkt. Na verloop van tijd kunnen diepe zweren ontstaan die moeilijk genezen. Als de koe in de box ligt, bevinden de klauwen van de achterbenen zich in de directe omgeving van de wond. Mede daardoor werd Mortellaro als veroorzaker verdacht. De precieze oorzaak van de ziekte is echter nog onbekend.

Tekst bij de foto: Smetplekken op de uier treden klassiek op als spontane ontsteking en veroorzaken diepe wonden die niet bloeden. Het vermoeden was tot nu
toe dat Mortellaro de veroorzaker is van de smetplekken.

Groot uier vormt risico

Volgens een Zweedse studie is de vorm van de uier een risico. Verschillende ziekteverwekkers werden tot nu toe als mogelijke veroorzakers gezien: Mortellaro (spirocheten), schurftmijten en herpesvirussen. Omdat de veroorzaker onduidelijk is, kunnen geen behandel- en preventiemethodes worden ontwikkeld waarbij succes verzekerd is. Om smetplekken op de uier in de toekomst wel in de kiem te kunnen smoren, hebben Amerikaanse wetenschappers op drie verschillende melkveebedrijven data verzameld. Een van die bedrijven houdt de koeien primair op de wei, de koeien zijn laagproductief. De andere twee bedrijven hebben hoogproductieve koeien in ligboxenstallen en passen geen weidegang toe. Bij de screening van de drie veestapels viel op dat de bedrijven met een hoog productieniveau duidelijk meer koeien hebben met smetplekken op de uier dan het bedrijf met de laagproductieve veestapel.

Binnen elke koppel werden huidbiopten van leasies genomen (bij 23 koeien) alsook biopten van de gezonde huid van koeien met smetplekken op de uiers en van koeien zonder smetplekken. De biopten werden via DNA-sequencing op bacteriële ziekteverwekkers onderzocht en ook op de relatieve verdeling vande bacteriën. Er waren verschillen tussen de huidflora op de bedrijven, maar bij elk bedrijf waren de uitkomsten relatief consistent.

Schurftmijt, herpes of schimmel?

In geen van de biopten werden schurftmijt, herpesvirussen en schimmelinfecties gevonden. Als oorzaak van smetplekken zijn deze ziekteveroorzakers dus uit te sluiten. Op alle drie de bedrijven werden wel spirocheten in de biopten gevonden. Hoewel spirocheten bij Mortellaro een groot deel van de huidflora uitmaken, was het aandeel ervan bij de smetplekken op de uier slechts gering. Bovendien kwamen ze in gelijke mate in leasies en op gezonde huid voor. Het is dus onwaarschijnlijk dat spirocheten smetplekken op de uier veroorzaken. Daarentegen viel op dat, in vergelijking tot monsters van gezonde huid, het aandeel anaerobe bacteriesoorten (onder andere fusobacteria, Anaerococcus spp.) in leasies sterk verhoogd is. Deze werden alleen of in combinatie met andere ziekten (metritits of andere abcessen) aangetoond.

Met een eenvoudige handspiegel kun je smetplekken op de uier makkelijk herkennen in de melkstal.

Samenvatting: de tot nu toe vermoede ziekteverwekkers zijn niet de veroorzakers van smetplekken op de uier. Veel vaker gaat het om een infectie die door meerdere ziekteverwekkers veroorzaakt is en die zich in de luchtarme huidplooien bij grotere uiers kan uitbreiden. Er moet dus worden gezocht naar nieuwe behandel- en preventiewijzen.

Vroegtijdige herkenning met spiegel Om zware uiersmet te voorkomen, kun je de volledige melkveestapel er het best met regelmaat op controleren. Check bij welke dieren zichtbare veranderingen aan de uierhuid voorkomen. Alleen zo is tijdige behandeling mogelijk. Om de uierhuid goed te kunnen inspecteren heeft controle in de melkstal met een eenvoudige handspiegel (eventueel met lamp) zich in de praktijk bewezen. Bij sommige dieren, afhankelijk van de grootte van de uier, moeten de uierhelften met de hand uit elkaar getrokken worden om beginnende huidveranderingen en vochtige wonden tussen de uierhelften vroegtijdig te kunnen herkennen en te verzorgen.

Theresa Hagemann, Marion Weerda

Je hebt zojuist een Premium bericht gelezen.
Het aantal premium artikelen dat je kunt lezen is beperkt. Wil je meer Premium lezen? Maak dan een gratis profiel aan.
Dit artikel komt uit vakblad Elite Lees meer uit deze uitgave
Dit Premium artikel krijg je cadeau. Onbeperkt lezen? Nu proberen

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Meld u aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee.