Magazine | Premium | Voeding

Binnenlands eiwit?

Hoge prijzen voor eiwitrijke rantsoencomponenten roepen de vraag op of binnenlands geteelde vlinderbloemigen een vlucht gaan nemen.

Vlinderbloemigen in het rantsoen? Aandacht hiervoor is er al jaren, maar echt doorgezet hebben erwten en bonen nog niet. De huidige torenhoge prijzen van eiwitrijke voeders werpen misschien een ander licht op de teelt van vlinderbloemigen. Meerdere teelten in het bouwplan past in de vergroeningsstrategie, maar kunnen vlinderbloemigen raapzaadschroot en sojaschroot vervangen?

In de basis verschillen de gehalten ruw eiwit van vlinderbloemigen. Voererwten hebben een ruw ­eiwitgehalte van 20 tot 22 procent, terwijl veldbonen 26 tot 28 procent ruw eiwit bevatten. Zoete lupine is qua gehalte ruw eiwit bijna vergelijkbaar met raapzaadschroot (30 tot 33 procent). Maar niet alleen in de hoeveelheid eiwit zijn er verschillen, ook de verteerbaarheid varieert sterk. Zo hebben veldbonen en voererwten een aandeel pensbestendig eiwit van 15 tot 17 procent en sojabonen van circa 20 procent (tabel 1). Het gehalte pensbestendig eiwit kan met een drukhydrothermische behandeling (toasten) worden verhoogd. Dat kost echter 7,50 tot 8,00 euro per 100 kg. Naast de verteerbaarheid laten de vlinderbloemigen ook verschillen in het aminozurenpatroon (lysine, methionine) zien. Vooral bij methionine wijzen zeker erwten, veldbonen en lupinen lagere gehalten uit dan bijvoorbeeld raapzaadschroot. Deze liggen gemiddeld op 2 tot 3 gram methionine. Daarentegen bevat raapzaadschroot er meer dan 7 gram per kg drogestof van.

Het fosforgehalte in de vlinderbloemigen is verhoudingsgewijs laag, wat een stikstof- en fosfaatgereduceerde voeding niet ten goede komt. Vlinderbloemigen bevatten bovendien secundaire ingrediënten, zoals tanine, die de voerkwaliteit en voeropname kunnen verslechteren. De nieuwste ­resultaten uit voedingsonderzoek maken echter duidelijk dat de hoeveelheid van deze stoffen bij aanbevolen hoeveelheden van het voeder in het rantsoen onder de werkingsgrens liggen.

Tabel 1. Gehalten van eiwitrijke voeders.

De voederwaarden van vlinderbloemigen kunnen schommelen. Het is dus niet raadzaam om enkel op gestandaardiseerde waarden te ­vertrouwen. Het is beter om de producten te laten bemonsteren en analyseren. Bron: LFL Beieren, UFOP 2020

Voeder Opmerking Voererwten Akkerbonen Lupine Sojabonen
Voederwaarde in MJ NEL (vem) 7,5 7,6 8,3 9,1
Voederwaarde in vem 1.087 1.101 1.202 1.318
Zetmeel (g/kg) bij 88% drogestof 430 390 70 52
Ruw vet (g/kg) 13 14 83 200
Ruw eiwit (g/kg) 200 260 339 340
Benutbaar ruw eiwit (g/kg) passagesnelheid 5%/uur 163 171 200 168
Darmverteerbaar eiwit (g/kg) passagesnelheid 5%/uur 17 15 17 20
Methionine (g/kg drogestof) 2,1 2 2,3 6,8

Hoeveel vlinderbloemigen

Naast de eiwitkwaliteit zijn er meer factoren die de aanbevolen hoeveelheid aan vlinderbloemigen in het rantsoen beïnvloeden:

Veldbonen bevatten weliswaar minder ruw eiwit, aminozuren en mineralen, maar hebben toch een hoger energie- en zetmeelgehalte. Om het nodige eiwitniveau in het rantsoen te bereiken en voldoende methionine in het rantsoen te waarborgen, is het raadzaam om veldbonen in het rantsoen te begrenzen op 4 kg per koe per dag en altijd te combineren met een tweede eiwitbron. Houd bij veldbonen ­rekening met een laag aandeel darmverteerbaar eiwit van het totale eiwit.

Voererwten hebben het laagste eiwitgehalte, maar op basis van het zetmeelgehalte een hoger energiegehalte. Ook hiervan moet op dagelijkse basis niet meer dan 4 kg per koe gevoerd worden. Let wel: ook bij voererwten is het aandeel darmverteerbaar eiwit van het totale aandeel eiwit duidelijk lager.

Zoete lupines bevatten nagenoeg evenveel ruw eiwit als raapzaadschroot, maar ook een lager aandeel ervan is darmverteerbaar. Het hoge energiegehalte van zoete lupines is te danken aan het hoge aandeel vet en een hoog aandeel makkelijk verteerbare celwandbestanddelen. Ook lupines moeten vanwege het geringe methioninegehalte altijd gecombineerd worden gevoerd met een tweede eiwitbron.

Sojabonen hoeven niet per se te worden getoast om ze aan koeien te kunnen voeren. Het gehalte ruw vet van tot wel 20 procent beperkt de mate waarin je ze kunt inzetten. Als aanbeveling geldt maximaal 2 kg per koe per dag. Worden veldbonen en erwten droog opgeslagen, dan mag het vochtgehalte niet boven 14 procent liggen. Het drogen van deze voeders met als doel melkveevoeding is moeilijk recht te rekenen. Vlinderbloemigen kunnen echter ook vochtig worden ingekuild met een conserveermiddel, bijvoorbeeld propionzuur, als het product niet meer dan 22 procent vocht bevat. Bij meer dan 22 procent vocht kan het worden ingeslurfd mits de korrels gekneusd zijn en inkuilmiddel wordt gebruikt.

Voedererwten kunnen ingekuild of geschroot worden. Het aandeel darmverteerbaar eiwit is laag. Foto: Birte Ostermann-Palz
Blauwe lupine heeft een lager gehalte ruw eiwit dan witte lupine. Foto: agrarfoto.com

Lage voederwaardeprijs

Vooral voererwten en veldbonen hebben een laag gehalte ruw eiwit en vooral een laag gehalte darmverteerbaar eiwit. Daardoor hebben ze een lage voerderwaardeprijs in vergelijking tot raapschroot. Het verwisselen van raapzaad door voererwten of veldbonen is in principe dus niet lonend. In de biologische landbouw zijn het echter wel producten met een relatief hoge voederwaardeprijs. Voeradviseurs adviseren zoete lupines en eventueel binnenlandse soja voor melkveerantsoenen.
Door te toasten kan het aandeel darmverteerbaar eiwit worden verhoogd en daarmee de voerderwaardeprijs. In een onderzoek van de Duitse onderwijs- en onderzoeksinstelling Köllitsch werd 3,3 kg getoaste, ingekuilde erwten in het rantsoen opgenomen ten koste van raapschroot en gerst. De productie van de koeien bleef constant op 40 kg liggen. De voederwaardeprijs van erwten werd op basis van energie, ruw eiwit en darmverteerbaar eiwit in vergelijking tot gerst en raapzaadschroot gegeven. Omdat het drukhydrothermische proces niet gestandaardiseerd is, is het toasten aan risico’s onderhevig. De eiwitten kunnen door hitte beschadigd raken. Daarom moet de eiwitsamenstelling in vlinderbloemigen voor en na het toasten worden gecontroleerd (bijvoorbeeld de fractie ruw eiwit of het aandeel moeilijk oplosbare eiwitten).

Veldbonen kunnen geschroot worden ingekuild. Het aandeel darmverteerbaar eiwit is relatief laag. Foto: Katrin Berkemeier

Tekst: Birte Ostermann-Palz in samenwerking met Dr. Bernd Losand LFA Mecklenburg-Vorpommeren (D) en Hannes Michael, Bioland Noordrijn-Westfalen (D)

In ’t kort

  • Binnenlandse vlinderbloemigen staan niet alleen vanwege de hogere prijzen van soja en soortgelijke voerdermiddelen in de aandacht.
  • Binnenlandse eiwitalternatieven hebben een lager gehalte darmverteerbaar eiwit dan soja.
  • In een studie bleef de melkproductie gelijk toen gerst en raapschroot door getoaste, ingekuilde erwten werden vervangen.
  • Voor melkveevoeding zijn voor zoete ­lupines en binnenlandse sojabonen geschikt.
  • Door toasten is het gehalte pensbestendig eiwit en daarmee de voederwaarde van het eiwit te verhogen. Let wel: hitte kan het eiwit ook beschadigen.
Je hebt zojuist een Premium-artikel gelezen.
Het aantal premium-artikelen dat je kunt lezen is beperkt. Wil je meer Premium lezen? Maak dan een gratis profiel aan.
Dit artikel komt uit vakblad Elite Lees meer uit deze uitgave
Dit Premium-artikel krijg je cadeau. Onbeperkt lezen? Nu proberen
Meer over:
Voeding
Deel dit bericht: Facebook Twitter LinkedIn

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de wekelijkse nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee?