Een nieuw onderzoek van de universiteit in het Deense Aarhus heeft geen aanwijzingen gevonden voor een algemene stijging van sterfte onder melkkoeien of een structurele daling van de melkproductie na het gebruik van Bovaer.
Deense melkveehouders zijn verplicht Bovaer toe te voegen aan het rantsoen als methaanreducerende maatregel. Onderzoekers benadrukken wel dat sommige melkveehouders ernstige problemen hebben gemeld.
Voor het onderzoek zijn gegevens van 73 Deense melkveebedrijven geanalyseerd. Boeren hadden eerder melding gemaakt van onder meer lagere voeropname, verminderde melkproductie en gezondheidsproblemen bij koeien die Bovaer kregen. Volgens onderzoeker Niels Bastian Kristensen tonen de beschikbare data geen duidelijk algemeen negatief effect op productie, ziektegevallen of sterfte. Tegelijkertijd erkent hij dat individuele bedrijven wel degelijk problemen kunnen hebben ervaren.
De onderzoekers wijzen erop dat de studie beperkingen heeft. Zo werd Bovaer op veel bedrijven in het najaar ingevoerd, een periode waarin de melkproductie normaal gesproken al daalt. Daardoor is het lastig om effecten van het additief en seizoensinvloeden van elkaar te onderscheiden.
Daarnaast werden veranderingen vastgesteld in bepaalde melkanalyses, zoals eiwit- en ureumwaarden. Volgens de onderzoekers is nog onduidelijk of Bovaer daadwerkelijk de melksamenstelling beïnvloedt of dat bestaande analysemethoden minder nauwkeurig worden door veranderingen in de spijsvertering van de koe.
Aarhus Universiteit meldt dat verder onderzoek nodig is om beter te begrijpen waarom sommige bedrijven anders lijken te reageren op het gebruik van Bovaer.






