De Verenigde Staten exporteerden twee tot drie procent van de geproduceerde melk in 1995. Inmiddels is dat 17 procent. De melkproductie in de staten is met 44 procent gestegen in die periode. Dat betekent dat en meer melk geëxporteerd wordt en dat de Amerikanen meer zuivel consumeren.
Econoom Corey Geiger van Cobank ging tijdens Dairy Financial Conference in op hoe geografische veranderingen en marktwerking de zuivel veranderen. Dairy Herd Daily deed verslag van hoe onder meer de productie en in- en export veranderden.
Kaas
Vooral de export van kaas is ongewoon toegenomen in het recente verleden, In mei 2025 ging er meer dan 110 miljoen pond kaas de grens over. In recente maanden ging meer dan 140 miljoen pond kaas de export in.
Meer vraag naar boter
In 2010 importeerden de Verenigde Staten nog 10 miljoen pond boter. In 2024 kwam er 176 miljoen pond naar de Verenigde Staten. 65 procent ervan was van het Ierse merk Kerrygold.
In 2025 veranderde dit beeld in een kort tijdsbestek. Voor het eerst werd er boter geëxporteerd. 80 procent van deze boter werd gemaakt tussen september en december van 2025. De reden erachter is dat de melkveehouders in de Verenigde Staten eenvoudigweg meer vet produceren als gevolg van genetische inzet op vet. Het zijn immers de componenten van melk die worden betaald. Het aandeel vet in de melk in de Verenigde Staten is in de laatste vijf jaar met 9,4 procent gestegen. Daarmee zou de vetproductie in de VS harder stijgen dan die in Canada, Europa of Nieuw-Zeeland. Tot en met juli 2026 exporteerden de VS meer dan twee keer zoveel botervet dan in dezelfde periode in 2024.
Meer cheddar uit een pond melk
Tussen 2011 en 2025 groeide de melkproductie in de VS met 18 procent, de eiwitproductie 27,7 procent en de vetproductie maakte een sprong met 34,6 procent. Daardoor kan nu van 100 pond melk 11,6 kg cheddar gemaakt worden. De historische standaard is 10 pond. Uit melk kan 17,2 procent meer boter worden gemaakt en in een portie consumptiemelk zit 9,6 procent meer eiwit dan 15 jaar geleden.





