Kennispartnerbericht van Speerstra

Omgaan met minder eiwit in melkveerantsoenen

Onze overheid wil dat er minder eiwit wordt gebruikt in de rundvee rantsoenen. Het voorstel is een beperking op de hoeveelheid eiwit in krachtvoeders. Dit zal de nodige inspanning vergen op veel bedrijven om de koeien niet alleen op productie maar ook gezond te houden. Hoe het precies gaat worden is nog niet bekend, maar misschien goed om even wat zaken op een rij te zetten die van belang zijn voor een goede benutting van het aangeboden eiwit.

De Pens is een groot fermentatie vat waarin een gedeelte van het eiwit, het zogenaamde onbestendig eiwit, wordt afgebroken tot ammoniak. De pens- microben zetten de afbraakproducten van het onbestendige eiwit om in microbieel eiwit, een nieuw soort eiwit dat voor de productie van melk een ideale samenstelling heeft. Voor de vorming van dit microbiële eiwit is ook energie nodig. Deze energie komt voornamelijk uit onbestendig zetmeel, suikers en de afbraak van celwanden (NDF, ruwe celstof).

Niet al het eiwit en energie wordt even snel afgebroken in de pens. Bij gras en graskuil zit het eiwit voornamelijk in het blad. Zo komt eiwit uit een droge graskuil veel langzamer vrij dan uit een natte graskuil. Ook uit een jonge, bladrijke goed verteerbare graskuil komt eiwit sneller vrij. Door een jonger en bladrijker product te maaien, is er meer eiwit op pensniveau beschikbaar. Een groffer en droger product geeft meer eiwit op darmniveau.

Ook uit grondstoffen komt het eiwit niet even snel vrij. Zo wordt het eiwit uit raapzaadschroot sneller afgebroken dan eiwit uit sojaschroot. Ook is de samenstelling van het eiwit, de opbouw uit aminozuren, per product verschillend.
Voor energie geldt eigenlijk hetzelfde. Bij een goed verteerbare graskuil met weinig ruwe celstof komt er meer energie en komt deze ook sneller vrij, dan uit een hele dikke snede met veel ruwe celstof. Ook het drogestof gehalte heeft invloed. Uit een droge graskuil komt de energie trager vrij dan uit een wat vochtiger graskuil. Bij een hele natte kuil is veel suiker gebruikt in het inkuilproces en is er daardoor weer minder energie beschikbaar voor de pensbacteriën.

Belangrijk bij een goede microbiële eiwitvorming in de pens is, dat energie en eiwit in de juiste verhouding aanwezig is en ook zoveel mogelijk gelijktijdig vrij komt. Als we minder eiwit mogen voeren, wordt het benutten van het eiwit wat nog wel mag worden gevoerd, belangrijker.

Topmelk Protispar is een eiwit-bespaarder op basis van etherische oliën en tanninen. Het is een poeder dat door het mengvoer of mineralenmengsel kan worden gemengd. Het is een combinatie van etherische oliën die de eiwit-afbrekende bacteriën in de pens remmen. Door deze Hyper Ammonia Producing Bacteria (HAP) te remmen, wordt de hoeveelheid DVE op darmniveau verbeterd. Proeven in gras en graskuil rantsoenen toonden dit aan, doordat het melkureum lager werd en de productie en het melkeiwit hoger. Ook zijn er proeven gedaan om een halve kilo sojaschroot uit rantsoenen te halen en te vervangen door ProtiSpar. De koeien konden, door de betere eiwitbenutting, de melkproductie en eiwitgehalte op peil houden.

Uiteindelijk draait het er allemaal om, voldoende DVE aanbod op darmniveau te hebben. Hoe krapper het eiwitaanbod, hoe belangrijker de aminozuur- samenstelling op darmniveau van het eiwit is. De aminozuren Methionine en Lysine zijn in melkveerantsoenen het eerst limiterend. Rantsoenoptimalisatie op aminozuren word daardoor belangrijker. Met AminoShure XM en Aminoshure-L kunnen tekorten eenvoudig worden aangevuld.

De grootste uitdaging voor wat eiwit betreft, zit bij de koeien in de latere fase van de lactatie, vooral als er veel snijmais of andere eiwitarme producten in het rantsoen zit. Bij een scheve energie/eiwitverhouding stoppen koeien met melk geven en gaan groeien. De kans dat deze koeien in een te royale conditie de droogstand in gaan, wordt dan extra groot met alle nadelige gevolgen van dien zoals melkziekte, slepende melkziekte of ketose of een slechte start van de volgende lactatie.
In het begin van de lactatie heeft een koe een VEM/DVE behoefte van 10,8, na 250 dagen in lactatie is deze behoefte 12,5. Dat betekent dat we een koe aan het eind van de lactatie niet boven deze verhouding moeten voeren, om de melkproductie op peil te houden en om sterke groei te voorkomen. Dat betekent dat de eiwitrijke vochtige (bij)producten die nog wel mogen zoals bierbostel en Sodagrain, maar ook de graskuil, vooral in eiwitarme en snijmaisrijke rantsoenen, zoveel mogelijk aan de oud- melkte groep gevoerd dienen te worden. Ook najaarsgras op stam of wat wordt gemaaid voor stalvoedering dient vooral aan deze groep te worden verstrekt. Het maken van productiegroepen lijkt dan in sommige situaties bijna onontkoombaar, ook al zit men daar op de meeste bedrijven niet op te wachten. Groepen maken kost extra tijd qua melken en voeren.

Zolang een koe veel melk blijft geven zal er minder gevaar voor vervetting zijn. Bij de oudmelkte koeien moeten we daarom proberen, deze zo persistent mogelijk te laten produceren. Een goede start van de lactatie is daarvoor een eerste voorwaarde, evenals de tussenkalftijd kort te houden.
Door het voeren van Bergafat F100, verstrekken we energie die direct in melk en melkvet kan worden ingebouwd, zonder dat de koe vervet.
Als een koe na dag 200 minder dan 41 ml per dag in productie zakt, dan is dat goed. Wanneer de productie met meer dan 65 ml per dag zakt na dag 200, dan zakken de koeien te snel. Eiwitten en vet in het rantsoen maakt koeien persistenter, teveel zetmeel niet. Een foutieve zetmeel/ eiwitverhouding geeft meer kans op groei.

Nog een paar andere aandachtspunten.

Een koe kan alleen goed persistent produceren, als ook de start van de lactatie goed is geweest. Een te lange of te diepe negatieve energiebalans (NEB) maakt koeien minder persistent. Dat betekent dat er geen afkalfproblemen moeten zijn en geen ketose of melkziekte. Verder is het belangrijk de koeien op tijd weer te drachtig krijgen. Voorkom ook klauwproblemen, die belemmeren de voeropname. Door ervoor te zorgen dat koeien niet te vet de droogstand in gaan, kunnen veel problemen voorkomen worden. Als koeien wel in een royale conditie de droogstand in gaan, kunnen problemen beperkt worden, door in de droogstand ReaShure te verstrekken. Dit ontvet de lever, waardoor deze meer glucose produceert. Dit heeft een positieve invloed op de voeropname na afkalven en zorgt voor een hogere en betere productiestart. Een bijkomend voordeel is, dat de koeien daarna ook eerder weer drachtig zijn.
Bij krappere eiwitnormen, wordt management en de punten op de i zetten, extra belangrijk.

Speerstra
Over Speerstra
Speerstra Feed Ingredients BV is een internationale handelsonderneming en importeur van hoogwaardige ingrediënten voor de diervoedersector. In samenwerking met afnemers, leveranciers en onderzoeksinstituten ontwikkelen wij innovatieve productconcepten.

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Meld u aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee.