Management

De zes succesfactoren

Volgens een studie uit de VS zijn er zes productietechnische factoren doorslaggevend om als melkveebedrijf zeker te zijn van voldoende concurrerend vermogen of om dit te verhogen.

Altijd iets beter zijn dan de buurman is in de melkveehouderij de beste weg om te overleven. Het Amerikaanse magazine Dairy Herd Daily heeft zes benchmark-punten opgesteld, die op peil moeten zijn en worden gehouden om het concurrerende vermogen veilig te stellen.

De zes factoren zijn gebaseerd op de resultaten van een studie waarin 425 melkveebedrijven met financieel bijzonder goede resultaten waren betrokken. De bedrijven waren gevestigd in de staten Iowa, Michigan, Minnesota, Ohio, South Dakota en Wisconsin. De 425 bedrijven hadden veestapels met tussen 500 en 4.700 koeien. De studie startte al in 2006.

Uit de studie bleek dat er bedrijven zijn die continu hun management verbeteren en zo een hoger netto-inkomen genereren dan andere bedrijven. Uit de data-analyse bleek dat zes factoren voor 85 procent het verschil in winstgevendheid veroorzaken:

Celgetal

Het somatische celgetal bepaalt de melkkwaliteit voor een belangrijk deel en op basis van kwaliteitsklassen ook de melkopbrengstprijs. Dat is in de VS niet anders dan hier. Tussen de 25 procent bedrijven met de hoogste celgetallen en de 25 procent bedrijven met de laagste celgetallen, was er al een verschil van 122 euro per koe. Interessant is dat ook de gustperiode en de gedwongen afvoer lager waren bij de 25 procent bedrijven met de laagste celgetallen.

Energie gecorrigeerde melk (ECM)

Voor de melkveestapels in het midden en westen van de VS had de beoogde melkproductie in kg’s minder met de bedrijfswinst te maken dan de daadwerkelijk dagelijks geleverde hoeveelheid vet en eiwit. Als doelstalling adviseren Amerikaanse bedrijfseconomen dagelijks een som van 2,7 kg vet en eiwit per koe bij Holsten’s en bij Jersey’s 2,4 kg.

Netto vervangingswaarde (NHRC)

Een hier onbekend en tevens gecompliceerd kengetal. De formule baseert zich op het aantal verkochte, geslachte en gestorven dieren. Dit getal wordt vermenigvuldigd met de vervangingswaarde minus de verkoop- of slachtopbrengst en het melkgeld, gedeeld door de ECM die in een bepaalde periode is geleverd. Stijgt het kengetal, dan daalt de winst. De sleutel tot een lagere NHRC is een langere gebruiksduur en dus zorgen dat de koeien minstens een vierde lactatie behalen. Koeien in de tweede lactatie produceren 15 procent meer dan vaarzen, koeien in de derde lactatie produceren 10 procent meer dan tweedekalfskoeien et cetera.

Sterfte

Het gemiddelde percentage sterfte en/of euthanasie was met 6,2 procent hoog. Bij de bedrijven die tot de beste 25 procent behoorden was dit echter vier procent, terwijl dit bij de bedrijven die tot het slechtste kwart behoorden tien procent was. Het verschil in winstgevendheid tussen de drie beste en de drie slechtste bedrijven bedroeg in termen van sterfte 160 euro per melkgevende koe.

Pregnancy rate

De beste koppels hadden een gemiddelde pregnancy rate (percentage van dieren dat beschikbaar was voor inseminatie en drachtig werd) van 26 procent. Bij de minder winstgevende koppels hield dit op bij 19 procent. Gezien het persistentieverhogende groeihormoon rBST in de VS nog gebruikt mag worden, hebben sommige bedrijven dit kengetal niet als stuurmiddel gebruikt. Ze konden dieren immers met het hormoon aan de melk houden. Bij sommige veestapels waren 15 tot 18 procent van de koeien 300 dagen of langer aan de melk.

Percentage vaarzen dat afkalft

Eén van de criteria in de benchmark was het aantal aangehouden vaarskalveren dat uiteindelijk afkalft. Het verschil tussen de meest en minst winstgevende bedrijven was slechts twee procent (95 versus 93 procent). Dit kengetal zegt iets over ziektes in de opfok. Als pinken bijvoorbeeld een luchtwegaandoening overleven, zullen ze als koe niet dezelfde productie halen als dieren die de opfok gezond doorstonden.

Bron: https://www.dairyherd.com/ 

Foto: Felicitas Greil

Over de auteur: Wilbert Beerling
Wilbert Beerling groeide op een melkveebedrijf op. Sinds 2011 werkt Wilbert bij AgriMedia waar hij nu zorg draagt voor de samenstelling van de vakbladen Elite...
Meer over:
Management
Deel dit bericht: Facebook Twitter LinkedIn

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de tweewekelijkse nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee?