DCRC-congres: Microben-terreur

Op het jaarlijkse congres van de Dairy Reproduction Council (DCRC) troffen 350 vruchtbaarheidsspecialisten elkaar medio november en stond alles in het teken van informatie-uitwisseling. Elite was aanwezig.

In een reeks online artikelen vat Elite de presentaties van een zestal specialisten samen. De tweede samenvatting is van de presentatie van Tom Rehberger van Arm & Hammer Animal Nutrition.

Pathogene microben

We zijn niet alleen, maar omgeven door talloze microben. Microben (micro-organismen) zijn de kleinste levende wezens en komen overal voor: in water, in de bodem, in de lucht of in levende en dode organismen. Veel van deze microben zijn zeer nuttige organismen. Een klein deel kan echter ziekten veroorzaken. Deze microben duiden we aan als ‘pathogeen’. Tot de groep pathogene microben behoren onder andere Clostridium (grampositieve, obligaat anaerobe, sporenvormende bacteriën).

Clostridium perfringens

De bekendste schadeveroorzaker is Clostridium perfringens. Deze ziekteveroorzaker komt overal in de omgeving van het dier voor en worden ook aangetroffen in de darmen van gezonde runderen. Bij mestonderzoeken wordt Clostridium perfringens ook vaak aangetroffen. Het pathogeen vormt toxinen. Een hoge concentratie binnen de veestapel is daarom ongewenst.

Koeien die ‘geterroriseerd’ zijn door Clostridium perfringens hebben vaak niet-specifieke ziektesymptomen, zoals een productiedip en diarree. De ziekte gaat altijd gepaard met een plotselinge vermeerdering van de bacteriën in de darm, wat leidt tot een sterke toxineproductie. Behalve tot een directe werking van de gifstoffen in de darm, leidt dat tot een verspreiding van de stoffen naar andere organen via de bloedsomloop. Tussen de opname van de bacteriën en de uitbraak van de ziekte kunnen weken of zelfs maanden zitten.

Pas als ook andere factoren een rol gaan vervullen, zijn uiteindelijk ziektesymptomen waarneembaar. Uit de resultaten van een onderzoek uit de VS blijkt dat mestflatten van kalveren en koeien volledig bedekt kunnen zijn met Clostridium perfringens. De concentraties varieerden echter extreem sterk.

Clostridium komen hoofdzakelijk via het ruwvoer in de stal en vervolgens in het kalf en de koe. De bacteriën hechten zich aan voerdeeltjes en worden zo door de dieren opgenomen. De opgenomen Clostridium houden zich graag op in de darmen om zich te vermeerderen. Onverteerd zetmeel zorgt voor een sterkere vermeerdering en dat geldt ook voor een eiwitrijk rantsoen en een darmbeschadiging (diarree, parasieten-besmetting).

Is er een verdenking op een besmetting met ongezonde Clostridium, dan moet het betreffende ruwvoer uit het rantsoen worden gehaald. Een behandeling van een ziek geworden dier komt vanwege het snelle ziekteverloop bijna altijd te laat. Onder bepaalde omstandigheden kan symptoombehandeling (infuus voor stabilisering circulatie, antibiotische behandeling, stabilisering pensmilieu) geprobeerd worden.

Een immuun-behandeling kan wel een effectieve maatregel zijn. Bij verdenking op ‘Clostridium-terreur’ moet dan de hele veestapel tegen Clostridium worden geënt met een standaard vaccin of een koppelspecifiek vaccin. Door de enting neemt de concentratie aan ziekteveroorzakers in het hele lichaam af.

Tekst en foto’s: Gregor Veauthier 

Interessant? Deel dit via:
Facebook Twitter LinkedIn Email