Georgia VS: melken volgens Kiwi-principe

Richard Watson is Nieuw-Zeelander. 20 jaar terug verhuisde hij naar de staat Georgia in het zuidoosten van de VS. Eerst werkte hij voor de universiteit van Georgia en adviseerde de Amerikaanse melkveehouders in tropische staat bij het overstappen op melken met weidegang. Na negen jaar liet hij de wetenschap en advisering voor wat het was en ging hij zelf koeien melken.

In de zuidoostelijke staat Georgia in de VS is het klimaat tropisch. Vandaag de dag zijn er bedrijven te vinden met zeer hoge productie, maar ook bedrijven die hun koeien volledig weiden. De productie van melk is niet historisch verbonden met de hete staat Georgia, nog steeds speelt de zuivel er slechts een kleine rol. Noord-Amerikanen melken er hoogproductieve koeien, terwijl de oorspronkelijke inwoners die zijn gaan melken en ondernemers uit Nieuw-Zeeland en Australië kiezen voor extensieve productie van melk in de wei, zonder stallen.

“Eerst kochten we land, daarna koeien die we erop gingen weiden”, herinnert Richard Watson zich. Inmiddels melkt zijn onderneming, de Hart Agricultural Group, 3.100 koeien en binnenkort wordt een derde locatie in gebruik genomen en zullen het er 4.000 zijn. Stallen vind je echter niet op de bedrijven. Alleen de melkstal staat onder een dak, de koeien worden gehouden volgens het Nieuw-Zeelandse systeem.

365 dagen per jaar weidegang

Watson’s koeien leven jaarrond op de wie. In het ‘melkcentrum‘ vind je slechts een buitenmelker. Deze lijkt overgedimensioneerd, maar volgens herdmanager Cliff is het van groot belang dat de koeien zo snel mogelijk de wei weer opgaan. En bovendien zal de veestapel flink groeien in de komende maanden.

Cliff is opgegroeid in Tsjechië. Sinds 13 maanden werkt hij voor Hart Agriculture. Zijn ruime kennis over weidemanagement deed hij op gedurende meerdere jaren in Nieuw-Zeeland. Hij werkt met hoofdzakelijk ongeschoolde migranten, de meesten komen uit Zuid-Amerika. Bij Hart worden ze wel getraind. Ieder onderdeel binnen de onderneming heeft een supervisor die zich bekommert over scholing en het naleven van de werkprotocollen. “Op die manier zorgen we bijvoorbeeld dat het melkstel na precies 60 seconden is aangesloten, bij elke koe”, is Watson’s overtuiging. De weidende koeien worden ook volgens een protocol gemonitord. In de zomer worden ze driemaal per week besproeid met antivliegenmiddel. Ook moeten regelmatig voeradditieven tegen parasieten worden toegevoegd. Zonder deze preventiemaatregelen zou de diergezondheid eronder lijden. Door protocolmatig handelen wordt de waarde van 300.000 voor het celgetal in de hete zomers maar zelden overschreden. In de winter is het celgetal ongeveer 170.000.

Kiwi-kruisingen

Op iedere hectare gras groeit per jaar 16 ton aan drogestof uit gras. Een koe mag theoretisch een halve hectare afgrazen. Vanaf de herfst en tijdens het afkalfseizoen in de winter (van november tot februari)  wordt in de wei snijmaïs en krachtvoer bijgevoerd, bijna zeven kg drogestof per dag. Zodra het gras in maart weer begint te groeien, wordt de bijvoeding geleidelijk afgebouwd.

Richard Watson: “De moderne HF-koe kan niet uit de voeten met volledige weidegang”

Niet alleen de productiewijze heeft Watson uit Nieuw-Zeeland geïmporteerd. Ook de genetica van zijn koeien komt uit Oceanië. “We zijn hier begonnen met zuivere Holstein-koeien”, vertelt de ondernemer. “Dat ging niet goed, de  genetisch hooggewaardeerde Amerikaanse HF-koe kan niet uit de voeten met enkel weidegang. Daarom hebben we nu Kiwi-kruisingen.” Het is een gebruikskruising tussen Nieuw-Zeelandse Holstein-koeien en Jerseys. De meeste bruinzwart gekleurde koeien hebben het A2A2-gen. Ze produceren A2-melk dat voor meer mensen verdraagbaar is. De melk van zijn koeien zal Watson binnenkort als A2-melk verwaarden in regionale supermarkten.

Tekst: Gregor Veauthier

Interessant? Deel dit via:
Facebook Twitter LinkedIn Email