Botervet was lange tijd de drijvende kracht achter de Amerikaanse zuivelsector. Dat beeld lijkt echter te veranderen.
Vrijwel al het botervet in de Verenigde Staten bleef lange tijd op de binnenlandse markt, terwijl magere melkbestanddelen – zoals zuiveleiwitten, permeaat en lactose – werden geëxporteerd. Dat beeld begint echter te kantelen.
Amerikaanse melkveehouders produceerden vorig jaar meer botervet. Hierdoor exporteerde de VS 122 miljoen kg boter en watervrij melkvet, een stijging van 171 procent ten opzichte van de 45 miljoen kg in 2024. Tegelijkertijd groeide ook de kaasexport, de grootste afzetcategorie voor botervet, met 91 miljoen kg ofwel 18 procent. Daarbovenop komt de aanhoudend sterke vraag naar eiwitten, waarbij producten als wei-eiwitisolaat, wei-eiwitconcentraat, melk-eiwitconcentraat en mager melkpoeder recordniveaus bereiken. Er is sprake van een structurele verschuiving van het exportbeeld van de Amerikaanse zuivel: er wordt meer botervet geëxporteerd en meer eiwit geproduceerd.
Wat betekent dit op het melkveebedrijf
De vraag naar en prijzen voor botervet bereikten in 2023 een hoogtepunt. Daardoor bepaalde botervet van februari 2023 tot en met augustus 2025 de melkprijs. In die periode lag de eiwitprijs slechts één maand hoger dan die van botervet als het gaat om de verwaarding van componenten.
Melkveehouders speelden hierop in door rantsoenen aan te passen. Dit leidde tot een groei van de botervetproductie met 1,7 procent in 2023, 2 procent in 2024 en 3,8 procent in 2025 – duidelijk sneller dan de groei van eiwit en zelfs hoger dan de groei van de melkproductie zelf. In de zomer van 2025 kwam daar verandering in, toen de boterprijs scherp daalde. Sinds september 2025 liggen de eiwitprijzen structureel boven die van botervet.
Snel schakelen naar eiwitproductie
Dit zorgde opnieuw voor aanpassingen op bedrijfsniveau. Omdat sturen op botervet via voeding relatief eenvoudig is, schakelden veel bedrijven deels over naar eiwitproductie. Tussen december 2025 en maart 2026 groeide de eiwitproductie dan ook sneller dan die van botervet.
Wereldwijde vraag verschuift naar eiwit
De kans is groot dat dit geen tijdelijke dip is, maar het begin van een nieuwe trend. De wereldwijde vraag verschuift richting eiwit, mede door consumentenvoorkeuren. Tegelijk is eiwitproductie lastiger te beïnvloeden: ongeveer 72 procent van de vooruitgang komt uit genetica en slechts 28 procent uit voeding en management. Bij botervet ligt die verhouding gunstiger voor sturing via het rantsoen.
Deze ontwikkeling vertaalt zich ook in fokdoelen. Zo heeft Holstein Association USA de weging in de totale prestatie index aangepast naar 24 delen eiwit en 14 delen botervet, in lijn met de verwachte vraagontwikkeling op lange termijn.
Bron: Hoard’s Dairyman




