Het antibioticagebruik in de Nederlandse melkveehouderij blijft op een laag niveau. Gemiddeld ligt het gebruik bij melkvee rond 3,0 DDDANAT, een indicator voor het gemiddelde antibioticagebruik binnen de sector.
Volgens het rapport ‘Het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren in 2025’ van de Autoriteit Diergeneesmiddelen is het gebruik van antibiotica in de gemonitorde veehouderijsectoren en de landelijke verkoop van antibiotica verder gedaald. De verkoop van antibiotica daalde ten opzichte van 2024 met 6,9 procent. Ten opzichte van het referentiejaar 2009 bedraagt de daling 77,2 procent.
In 2024 steeg de verkoop met vier procent. Met de daling van het afgelopen jaar lijkt de verkoop van antibiotica te stabiliseren.
Antibioticagebruik melkvee nationaal
Het antibioticagebruik in de melkveesector is stabiel laag, rond 3,0 DDDANAT. DDDANAT staat voor Defined Daily Dose Animal National en is een maat voor het gemiddelde antibioticagebruik binnen een hele diersector in één jaar. De waarde wordt berekend door het totale aantal behandelbare kilogrammen antibiotica te delen door de gemiddelde levende biomassa van de dieren in die sector.
Bij het overig rundvee, te weten zoogkoeien, opfok en vleesstieren, was het gebruik ongeveer gelijk aan 2024 met slechts 0,3 DDDANAT.
Antibioticagebruik melkvee op bedrijfsniveau
Op melkveebedrijven is het gemiddelde gebruik sinds 2014 laag met ongeveer 2 DDDAF. DDDAF is de dierdagdosering op bedrijfsniveau op basis waarvan bedrijven onderling vergeleken worden. De verschillen in gebruik tussen bedrijven en binnen bedrijven over de tijd zijn beperkt. Bij de overige rundvee categorieën is het gemiddelde gebruik op een bedrijf minder dan 1 DDDAF, de meeste bedrijven gebruiken helemaal geen antibiotica. Voor alle diercategorieën in de rundveehouderij is het percentage bedrijven in het streefgebied voor antibioticagebruik meer dan 90 procent. Structureel hoog gebruik komt incidenteel voor in de rundveehouderij.





