Jongvee | Magazine | Management | Premium

Veel melk, meer kalverwelzijn

Grote hoeveelheden melk zorgen voor gezondere kalveren en verbeteren zelfs de vruchtbaarheid op latere leeftijd. Tips voor het ideale drinkschema.

Bij de hoofdfoto: Bij kalveren die spelen, stoeien en hun omgeving verkennen, is makkelijk te herkennen dat het ze goed gaat. Des te hoger de hoeveelheid melk die ze dagelijks opnemen, des te sterker dat kalveren hun sociale gedrag laten zien. Foto: Katrin Hilbk-Kortenbruck

Een groep kalveren dolt in het stro, de dieren loeien en gooien met hun neuzen stro op. Het gaat de jonge dieren goed. Dat ook de voeding daar een belangrijke oorzaak van is, blijkt uit onderzoeken van de Duitse universiteit Neubrandenburg.

Hoge melkopname, gezond kalf

Om een optimaal melk- en bijvoedingsplan te kunnen ontwikkelen, werden de effecten op gezondheid en vruchtbaarheid van verschillende voerregimes (drinkrecht voor 8, 10, 12, 14 of 16 liter kunstmelk per dag) op lange termijn onderzocht in een studie met meer dan 1.100 kalveren.

Om niet alleen de gedronken hoeveelheid melk, maar ook het drinkgedrag (drinkstationbezoeken) als invloedsfactor op de gezondheid te kunnen beoordelen, werd de index drinkgedrag (index = hoeveelheid gedronken + aantal bezoeken) in het leven geroepen. De index bestaat dus uit de gemiddelde melkopname van het kalf en het aantal bezoeken aan het drinkstation van het betreffende kalf.

Uit de onderzoeken bleek dat kalveren die grote hoeveelheden melk opnemen, ofwel een hoge index laten zien, gezonder zijn. In de groep kalveren die een index van minstens 16 hebben, lag het aantal ziekten gemiddeld bij 0,8 per kalf. In de groep met een lage index (< 12) hadden de kalveren gemiddeld 2,6 ziekten.

Figuur 1. Drinkhoeveelheid beïnvloedt vruchtbaarheid. De drinkgedragindex bestaat uit de gemiddelde drinkhoeveelheid (drogestof) en het aantal drinkstationbezoeken. Met een toenemende drinkhoeveelheid en bezoeken aan het drinkstation, verlaagde de ALVA en verliepen afkalvingen makkelijker.

Minder doodgeboorten

De hoeveelheid openomen melk en het aantal bezoeken aan het drinkstation hebben ook een positieve invloed op de vruchtbaarheid van de jonge dieren. Zo hadden kalveren met een hoge index (16 of meer) een lage leeftijd bij de eerste inseminatie (15,6 versus 16,3 maanden) en derhalve ook een lagere ALVA (25,7 versus 26,4 maanden). Bovendien konden bij de kalveren met een hoge index deels lichtere afkalvingen en een geringer aandeel doodgeboorten worden waargenomen.

Veel melk, veel lol

Niet alleen de gezondheid van de kalveren werd door de voeding in de melkfase beïnvloed. De melkopname is ook een belangrijke invloedsfactor voor het uitoefenen van natuurlijk gedrag. Indicatoren voor een hoog welzijn van kalveren zijn overduidelijk speel- en sociaal gedrag (dartelen, snuffelen aan elkaar en voorwerpen, stoeien) alsook beperkt onderling zuigen. Ook een zo laag mogelijk aantal drinkstationbezoeken zonder dat het kalf recht op melk heeft, is nastrevenswaardig. Te veel bezoeken zonder melkrecht duidt namelijk op honger en een onbevredigde zuigbehoefte. Hoe beïnvloedt de hoeveelheid opgenomen melk dit gedrag? Enkele bevindingen:

Rustgedrag: Kalveren laten tot het einde van de zevende levensweek dagelijks tot 16 uur rustgedrag zien. In deze tijd rusten ze, slapen ze en herkauwen ze. Het rustgedrag van de kalveren was qua tijdsduur en aantal rustmomenten niet verschillend tussen de kalvergroepen in de studie. Vanaf de achtste levensweek tot het begin van de speenfase zijn de rustperioden echter langer naar gelang het maximale melkrecht.

Activiteit: Als kalveren maximaal 8 of 10 liter melk per dag kunnen halen bij het drinkstation, gebruiken ze tot het einde van de zevende levensweek slechts 74 respectievelijk 60 procent van de tijd die ze actief kunnen zijn (24 uur minus rusttijd) om te verkennen, te spelen en voor sociale contacten. Het doel is hier echter minstens 85 procent. Kunnen de kalveren 12 liter melk halen, dan besteden ze gemiddeld 93 procent van de beschikbare tijd aan spelen en ronddartelen.

Blinde bezoeken: Niet bij elk bezoek aan de automaat hebben de kalveren recht op kunstmelk. Zo’n bezoek omschrijven we als blind bezoek. Kalveren
die 8 respectievelijk 10 liter melk krijgen, komen vaker naar het drinkstation terwijl ze geen drinkrecht hebben (11,7 respectievelijk 7,2 blinde bezoeken) dan kalveren die 12 liter per dag krijgen (2,7 blinde bezoeken). Het doel is één tot twee blinde bezoeken per dag in de periode dat de kalveren recht hebben op de maximale hoeveelheid melk.

Onderling bezuigen: Als kalveren op elkaar zuigen, kan dat al op jonge leeftijd leiden tot schade aan de uier. Bij kalveren die bij de drinkautomaat 12 liter melk per dag kunnen drinken, komt op elkaar zuigen in feite niet voor. Bij maximaal 8 liter melk per dag, laten alle kalveren in meer of mindere mate het onderlinge zuiggedrag zien.

Optimaal melk- en bijvoerplan

Uit de onderzoeken op de invloed van de hoeveelheid melk respectievelijk het algehele voerregime, kon een advies voor het optimale melkplan worden opgemaakt:

  • Individuele huisvesting (21 dagen): Minstens 10 liter biestmelk/volle melk voeren tot de 14de levensdag. Daarna minstens 12 liter volle melk of kunstmelk voeren.
  • Maximaal melkrecht drinkstation: 14 liter kunstmelk per dag, minstens 12 liter tot de 49ste levensdag, dus het einde van de zevende levensweek. Bij een drinkrecht van 14 liter kunstmelk per dag met minstens 160 gram kunstmelkpoeder per liter wordt de melkbehoefte optimaal gedekt.
  • Melkfase afbouwen: Beginnen met spenen vanaf de 50ste levensdag, terugschroeven van de dagelijkse hoeveelheid (kunst)melk met 0,40 tot 0,45 liter per dag.
  • Spenen: Bij een maximaal drinkrecht van 12 liter, wordt vanaf de 75ste dag gespeend. Bij 14 liter vanaf de 85ste levensdag.
  • Bijvoeren: Hooi moet vanaf de eerste levensdag (geen voorraadvoedering) in een ruif worden aangeboden. In de eerste zeven levensweken hooi, droog TMR of voordroogkuil van zeer goede kwaliteit en krachtvoer in de vorm van muesli of pellets ad libitum voeren. Vanaf de achtste levensweek wordt de droge TMR dan stap voor stap vervangen door een zeer energiedicht TMR met 145 tot 160 gram ruw eiwit per kg drogestof. Hooi ook ad libitum aanbieden. Water moet gedurende de hele kalveropfok worden aangeboden.

Tekst: Birte Ostermann-Palz in samenwerking met Dr. Regina Dinse en Prof. Anke Schuldt, universiteit Neubrandenburg (D)

Je hebt zojuist een Premium artikel gelezen.
Het aantal premium artikelen dat je kunt lezen is beperkt. Wil je meer Premium lezen? Maak dan een gratis profiel aan.
Dit artikel komt uit vakblad Elite Lees meer uit deze uitgave
Dit Premium artikel krijg je cadeau. Onbeperkt lezen? Nu proberen

Elite Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Wil je ook de tweewekelijkse nieuwsbrief ontvangen en op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van melkvee?